Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DE OPVOEDING

van karakter en ging nog iets verder dan de studie van vorm en stijl; de opvatting, die er aan ten grondslag ligt, was eveneens aristocratisch, daar de wetenschap als het privilege van bevoorrechte weinigen beschouwd werd. Intusschen ontwikkelde zich de opvoeding onder den machtigen invloed van de godsdienstige Renaissance op eenigszins verschillende wijze.

In hun opvoedingswerk waren de groote godsdiensthervormers en hun volgelingen tegehjk meer practisch en meer democratisch dan de zuivere humanisten. De opvoeding werd meer als een voorbereiding voor het leven en ak een sociale behoefte beschouwd. Hier en daar vond men onder deze godsdienstige opvoeders extremisten, die vóór alles de klassieke cultuur verlangden. Voor het meerendeel waren de godsdiensthervormers humanisten, al hadden zij dikwijls verschillende opvattingen; zij beschouwden de klassieke beschaving als goed, en maakten de taalwetenschap tot basis van hun programma's. Een dergelijke beschaving beschouwde men echter als een onderdeel van het groote doel der opvoeding: godsdienstige en moreele oefening en sociaal nut. Afgezien tenslotte van de humanistische en godsdienstige idee der opvoeding, bestond er hierover nog een opvatting, welke een weinig langzamer uit de nieuwe wetenschappelijke gedachte van dien tijd opschoot. Deze derde opvatting wordt door schrijvers over paedagogie de „realistische" genoemd.

Sluiten