Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DE KUNST

273

school, welker overheersching eerst tegen het midden van de 13e eeuw tegenstand ontmoette. Toen begon de kunst, overgaande van de handen der monnikenm die der leeken, aan de beroering van het wereldijk leven te beantwoorden en zichzelf van de , gebondenheid van het klooster te bevrijden Zelfs ging zij naar nieuw materiaal in de romantische legenden zoeken. Godsdienstige onderwerpen waren echter nog steeds het meest geliefd bij den schilder ; hoewel hij m de behandeling er van hemelsbreed t verschi de van zijn Italiaansche tijdgenooten.

Voorliefde voor de natuur en voor huiselijke details, een gezond gevoel voor gewone dingen en een neiging tot een ruw soort waarheidsliefde, behooren werk6 me6St m °°g sPrüleende trekken van zijn

De karakteristieke hoedanigheden van Duitsche Vlaamsche en Hollandsche kunst worden hiermede duidelijk aangeduid. Er waren natuurlijk uitzondeI ringen, maar, wanneer wij in het algemeen spreken . kunnen wij1 zeggen, dat deze meesters uit het Noorden' vanaf het begm een neiging vertoonden tot het werIkehjke leven en de dagelijksche wereld, dat, vroom en sentimenteel als zij dikwijls waren, zij zelden door [mystiek vuur geïnspireerd werden en dat de romantische voorliefde van het Noordelijk genie bleek, niet |Ueen door hun behandeling van zeer gewone onderJverpen, maar zelfs door een zekere grilligheid bij de ^handeling van heilige onderwerpen. NiemanAa, ttlTfn 6Chten g°dsdienstijver van de van pycks te ontkennen, van Martin Schongauer (i4<0-

De Renaissance x ■J

18

Sluiten