Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DE LITERATUUR

309

door het contrast meer in het oog te doen vallen. Ons tegenwoordig oordeel doet echter niets ter zake; dat Spenser zijn afhankehjkheid van de academische heerschappij heeft willen te kennen geven en, het herdersdicht in vorm aannemende, hierbij er naar zou gestreefd hebben, ten minste een geringen terugkeer naar de natuur te bewerkstelligen; dit is één punt, waarop de nadruk gelegd moet worden.

Een ander punt is: de tegenstand van den klassieken theoreticus tegen de vernieuwing. Deze tegenstand was niet gebaseerd op de breede aesthetische overwegingen, waarop ik zooeven gedoeld heb. Hij werd geheel en al ingegeven door den slaafschen eerbied voor de klassieken, evenals dat het geval was bij de opvoedkundige bewegingen van de Renaissance.

Intusschen was dit dwepen met dezen vorm zoo sterk geworden, dat het niet alleen in het herdersdicht, maar eveneens in andere vormen der hteratuur werd aangetroffen. Het maakte zich meester van het drama, zooals in PoKtianus' „Orfeo" (1492), Tasso's „Aminta" (1573), Guarini's „Pastor Fido" (1590), en in Fletcher's „Faithful Shepherdess" (1608). Het werd zoo een element dat medewerkte tot dien specialen vorm van dramatiek, die door Italiaansche invloeden in Engeland populair gemaakt werd: de Maskerade.

Het herdersdicht bracht eveneens een grooten stoot toe aan het prozawerk van de Renaissance. Het inspireerde Sannazaro's „Arcadia" (1534), het oudste werk van die school en, naar zijn scheppende kracht te oordeelen, een van de gewichtigste. Het deed een

Sluiten