Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onbegrensde. Wat in den kanon is opgenomen is op wonderbare wijze tot stand gekomen. Niet alleen de wet, ook het boek dat de wet bevat, is van goddelijken oorsprong. Talrijk zijn de zeer strenge uitingen der Rabbijnen over dezen oorsprong. Wee hem die mocht willen beweren dat de boeken van menschelijken oorsprong zouden zijn. „Wie beweert dat de wet niet uit den hemel is, heeft geen deel aan de toekomstige wereld," vinden wij in een tractaat Sanhedrin. „Wie zegt dat Mozes uit eigen weten ook maar één vers (van de eerste 5 boeken) geschreven heeft is een loochenaar en verachter van het Woord Gods" kan men elders in hetzelfde tractaat lezen. Deze opvatting omtrent het ontstaan van het O.T. wordt zelfs steeds straffer, het duurde niet lang of het strijdpunt werd dit: heeft Mozes het Wetboek op éénmaal tegelijk of in verschillende deelen zoo gereed van God ontvangen? Van schrijven naar eigen goeddunken was dus geen sprake, alle zelfstandige menschelijke werkzaamheid was ten eenenmale uitgesloten. Deze Joodsche voorstelling vinden wij in het jonge Christendom overgenomen, ons Nieuwe Testament getuigt het. „Vóór alles toch weet gij dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige verklaring toelaat; want een profetie is nooit voortgebracht door den wil van een mensch, maar, door den Heiligen Geest gedreven, hebben menschen ze van Gods wege uitgesproken" (2 Petrus 1: 20 en 21). En ook: „De geheele Schrift toch is van God ingegeven" (2 Tim. 3 : 16). ,

13

Sluiten