Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote waarheid dat het leven, eenmaal chaotisch, door elkaar, aan banden moet worden gelegd. De wet is het diepe besef dat de mensch zich maar niet uideven kan naar eigen lust en willekeur. Juist in de samenleving groeit zijn verantwoordelijkheidsbesef tegenover anderen, groeien zijn verplichtingen. De wet is de ordening van het leven dat in chaotische verwarring niet kan blijven bestaan. In de ordening ligt de kracht van de eenheid. De mensch in zijn afzonderlijkheid, de menschen als groep, als volk, zij weten hoe alle handelen moet worden gebonden, wil er waarlijk iets van gemeenschap ontstaan.

Zoo is de wet de groote schrede op den weg naar hoogere eenheidsontwikkeling en wij verstaan iets van het geweldige Mozaïsche woord: „Gij zult," want gij zijt geen ongebondenen meer, gij zijt geen chaos meer. En wij begrijpen hoe Michel Angelo Mozes kon uitbeelden als den geweldige, hem, den mensch van de wet, den orde-gever. Als het Oude Testament brengt het groote beginsel van de wet, dan brengt het daarnaast en daarboven nog iets anders en dat is het ideaal van de gerechtigheid. De wet is groot, maar niet het grootste, het moeten is nooit het hoogste; wij hooren vaak combineeren wet en profeten, zoo vatten ook de Joden hun boeken samen. Boven de wet uit gaan de profeten die de groote verkondigers waren van de gerechtigheid. Opstandigen zijn zij geweest tegen het onrecht. Geeselaars zijn zij geweest van hun volk. Vlammende woorden

31

Sluiten