Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben zij gedonderd tegen de onrechtvaardigen. Droomen van vrede en voorspoed hebben zij gedroomd.

Geweldenaars en teedere droomers zijn zij geweest. Ondergang en opgang hebben zij verkondigd, onderdrukking en heerlijkheid daarna. Zij hebben iets van het hoogste levengegrepen in hun vervloekingen enhun streelingen. O, de kracht dier profeten met hun ideaal van heiligheid, hun kracht en geloof, hun visionaire schouwingen. Zij hebben de oude wereld gezien, Babel en Assur en Jeruzalem; zij hebben het alles gezien door den tijd omdropen, ja, zij zijn politici misschien wel geweest, maar het groote beginsel van de heiligheid dat heeft hen bewogen en dat heeft hen in gloed gezet, deze hartstochtelijk-bewogenen. En wij luisteren nóg naar hen en ondergaan nóg de geweldigheid van hun stem, de verontwaardiging die hun woorden doorschroeit en wij weten het alweer: dat is niet het geluid van een tijdelijkheid en beperktheid, want de leugen is er nog èn het bedrog èn de wreedheid èn de onderdrukking èn zooveel meer. Goed is het profetische, verhevener nog dan de wet, want de wet is ordening en binding, maar het profetische is trilling en ontroering, gegrepenzijn en bewogen-wórden, is staan in heilige vlammen omdat God is gezien, is opgaan in teederheden omdat het kind eenmaal zal spelen bij het hol van een adder.

En het Nieuwe Testament? Eén groote gedachte straalt er ons uit tegen. Die van het „Koninkrijk

32

Sluiten