Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoovele krachten als wij reeds zagen werken, wetenschappelijke, maatschappelijke, godsdienstige, naar hervorrning en uit de beweging door Luther, Zwingli, Calvijn geleid, worden in de zestiende eeuw de Protestantsche kerken geboren. In dit eerste Protestantisme leeft het verlangen naar geloofs-en gewetensvrijheid, het woord van Luther: „hier sta ik, ik kan niet anders" trilt er in na; het is het getuigenis van de tot zelfstandigheid en zelfbesef gekomen zedelijk-godsdienstige persoonlijkheid. Maar behalve op het getuigenis van rede en geweten beroept men zich ook op de leer van den Bijbel, en als men straks, naar redelijke behoefte, aan zijn nieuwe geloof eene formuleering heeft gegeven, dan wordt deze geloofsuitdrukking steeds meer een vastgestelde dogmatiek waaraan men zich gebonden acht; men eischt steeds strakker onderwerping aan de geloofsformulieren, vastgesteld met een verwijzing naar de bijbelletter, waarvoor men zich, zonder voldoende historisch begrip van de bijbelsche oorkonden buigt. Niet zonder rëden spreekt men van een „papieren paus" die welhaast voor den vleeschelijken in de plaats is gekomen; het Protestantisme verstarde spoedig genoeg opnieuw in dogmatiek en scholastiek, in formalisme en onverdraagzaamheid. Zoo ging het overal waar de Protestantsche staatskerken nu voor de Roomsche kerk in de plaats kwamen, zoo ging het ook in Nederland. Ook in de Nederlanden waren vóór Lutherreeds stemmen genoeg vernomen van protest tegen de gebreken van

99

Sluiten