Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

ONDERWIJS.

§ 1. De grondwet.

Over geen andere bepaling der grondwet is zooveel strijd gevoerd als Grondover het onderwijsartikel. De onderwijsbepalingen- der grondwetten van J*ett^'ce

iOAQ i oo*7 •* i 'i i i iii bepalingen.

1848 en 1887 zijn op de meest uiteenloopende wijzen beoordeeld en verklaard. De verschillende politieke partijen hebben als om strijd getracht er een beteekenis aan te geven, welke aan hun stelsel het best beantwoordde en zich daarbij vaak meer door hun politieke hartstochten dan door de regels eener gezonde interpretatie der grondwet laten leiden.

Bij de grondwetsherziening van 1887 hebben de verschillende pogingen, welke aangewend zijn om de redactie van het onderwijsartikel zoo te maken, dat het alle partijen bevredigde, volkomen schipbreuk geleden. Het eindresultaat is geweest, dat art. 192 der grondwet van 1848 als art. 194 onveranderd in de grondwet van 1887 is overgenomen. Den politieken strijd te schetsen, welke bij deze grondwetsherziening over dit artikel gevoerd is, ligt niet op mijn weg. Alleen wordt hier opgemerkt, dat gedurende dezen strijd verschillende leden der staten-generaal, onder wie onverdachte voorstanders van het neutraal openbaar onderwijs, allengs meer en meer vertrouwd geraakten met het denkbeeld, dat het grondwetsartikel aan den gewonen wetgever ruimte liet om aan verschillende bezwaren der voorstanders van de bijzondere school tegemoet te komen; bepaaldelijk, dat het de subsidiëering van bijzonder, ook confessioneel onderwijs uit 's rijks kas niet in den weg stond. In 1889, toen deze grondwetsbepaling nog gold, is het beginsel van subsidiëering van het bijzonder onderwijs dan ook in de wet op het lager onderwijs opgenomen.

Eerst bij de wijziging van de grondwet in 1917 is de strijd beslecht, door de grondwetsbepaling zoo te maken, dat naast vrijheid van onderwijs, volkomen gelijkstelling, ook financieel, van het bijzonder met het openbaar onderwijs grondwettelijk vastgelegd is.

Toen de grondwetten van 1814 en 1815 tot stand kwamen was er reeds De grondeen wettelijke regeling van het onderwijs. Op 1 Juli 1806 was in werking 7^**™ v™.

dl lil , nni i 1814 en lölD.

en een algemeene schoolwet. In 1801 was de eerste en in 1803 de

tweede algemeene schoolwet afgekondigd, zoodat die van 1806 reeds de

Adm. recht III |

Sluiten