Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 1

2

derde was. Het mag daarom verwondering wekken, dat in de grondwetten van 1814 en 1815 niet de verplichting voorkwam om het onderwijs bij de wet te regelen. Men bepaalde er zich toe te verklaren, dat het openbaar onderwijs zou zijn een voorwerp van de aanhoudende zorg der regeering en aan den Koning de verplichting op te leggen van den staat der scholen jaarlijks verslag te doen aan de staten-generaal. Vrijheid van onderwijs bestond onder deze regeling niet; niet gelijkgezinden werden gedwongen voor hun kinderen van hetzelfde onderwijs gebruik te maken.

Grondwetten De vrijheid van onderwijs is eerst in 1848 in de grondwet vastgelegd.

™ 1848 en Art. 192 dier grondwet luidde:

„Het openbaar onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regeering.

De inrichting van het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienstige begrippen door de wet geregeld.

Er wordt overal in het rijk yan overheidswege voldoend openbaar lager onderwijs gegeven.

Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht der overheid en bovendien, voor zoover het middelbaar en lager onderwijs betreft, behoudens het onderzoek naar de bekwaamheid en zedelijkheid der onderwijzers; het een en ander door de wet te regelen.

De Koning doet van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen jaarlijks een uitvoerig verslag aan de staten-generaal geven."

Zooals reeds is opgemerkt, is deze grondwetsbepaling als art. 194 onveranderd in de grondwet van 1887 overgegaan. Grondwet»- Was in 1848 de vrijheid van onderwijs in de grondwet vastgelegd, in 1917 herziening werd de volledige gelijkstelling, ook financieel, van het openbaar en het van 1 1 " bijzonder onderwijs grondwettig gewaarborgd.

In 1913 zijn twee staatscommissies benoemd. De eerie kreeg de opdracht de regeering voor te lichten ten aanzien van de evenredige vertegenwoordiging, welke verband zou houden met het in te voeren algemeen kiesrecht en de andere had tot taak te adviseeren omtrent zoodanige wijziging van art. 194 der grondwet, dat er gelijkstelling zou zijn van het bijzonder met het openbaar onderwijs. Het rapport van deze laatste commissie heeft grooten invloed uitgeoefend op art. 192 der grondwet, zooals dat na de belangrijke wijziging van 1917 luidt.

In het eerste lid van art. 192 heeft men in 1917 het woord „openbaar" weggelaten, zoodat men daar thans leest: „Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regeering", terwijl het tweede en het derde lid van het onderwijsartikel der grondwetten van 1848 en 1887 met eenige wijzigingen en aanvullingen in 1917 zijn geworden het derde en vierde

Sluiten