Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

Hfdst. VIII § 3

afzonderlijk soort van onderwijs, en omdat voor een groot aantal kinderen in ons land het vervolgonderwijs eindonderwijs zal zijn, stel ik er prijs op, dat het voorkomt in de opsomming van de verschillende soorten van onderwijs, die hier in deze wet voorkomt" 1).

Omtrent het uitgebreid lager onderwijs bepaalt het vierde lid van art. 3, dat het, voor zoover het geheel of gedeeltelijk uit openbare kassen wordt bekostigd, wordt gegeven in scholen met ten minste drie achtereenvolgende leerjaren, aansluitende aan het zesde leerjaar eener school voor gewoon lager onderwijs. Het leerplan omvat de vakken, in artikel 2 vermeld onder a tot en met en ten minste drie der vakken, in dat artikel vermeld onder / tot en met p. Daaraan kunnen een of meer der vakken, in artikel 2 vermeld onder q tot en met u, worden toegevoegd. Het onderwijs in de vakken, in artikel 2 vermeld onder a tot en met k> wordt gegeven gedurende ten minste veertien uren per week, waarvan ten hoogste twee uren in het vak, vermeld onder Het onderwijs in ten minste drie der vakken, in artikel 2 vermeld onder / tot en met p, wordt ten minste gedurende acht uren, en in elk der onderwezen vakken in het tweede en derde leerjaar afzonderlijk ten minste gedurende twee uren per week gegeven.

De onderscheiding van het onderwijs in uitgebreid en meer uitgebreid lager onderwijs van de wet van 1878 kent de lager-onderwijswet 1920 niet. Ook als het onderwijs in het hoogere leerjaar of in de hoogere leerjaren met een of meer der niet verplichte vakken wordt uitgebreid, blijft het gewoon lager schoolonderwijs, zoolang de school niet voldoet aan de hierboven weergegeven omschrijving van uitgebreid lager onderwijs. Wat de wet van 1878 meer uitgebreid lager onderwijs noemde, heet thans uitgebreid lager onderwijs.

Omdat het u. I. o. volgens deze wetsbepaling slechts gegeven kan worden in afzonderlijke scholen, die aansluiten moeten aan het zesde leerjaar eener school voor gewoon lager onderwijs, heeft men deze scholen kopscholen genoemd. De wetsbepaling laat niet toe aan een gewone lagere school, klassen voor u. 1. o., zoogenaamde kopklassen, te verbinden. Vermeerdert men het aantal leerjaren eener school voor gewoon lager onderwijs en geeft men in de hoogere leerjaren onderwijs in een of meer der vakken, genoemd in artikel 2 der wet onder / tot en met u, het blijft toch een school voor gewoon lager onderwijs.

De veranderingen, welke de lager onderwijswet 1920 gebracht heeft ] met betrekking tot het uitgebreid lager onderwijs kunnen natuurlijk niet 1 onmiddellijk ingevoerd worden. Toen op bladz. 12 en 13 gesproken is over '

") Zie verder hetgeen opgemerkt i» in de paragraaf, welke over het vervolgonderwijs handelt. Adm. recht'III. 2

Het uitgebreid lager

onderwijs.

De overgangs>epaling)etreffende iet uitgebreid ager

mderwijs.

Sluiten