Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 3

24

De verplichting der leerlingen om aan het onderwijs in alle vakken deel te nemen.

deren op zijn vroegst op de school toegelaten kunnen worden vijf en een halfjaar. .••v,<>;

De kinderen, die een school voor gewoon lager onderwijs bezoeken, moeten die school verlaten, wanneer zij de klasse doorloopen hebben, waarin zij bij het bereiken van den vijftienjarigen leeftijd waren geplaatst.

De verplichting der tot de school toegelaten kinderen om in elke klasse aan het onderwijs in alle de aldaar onderwezen vakken deel te nemen was onder de wet 1878 beperkt tot het openbaar onderwijs, doch bestaat thans voor het lager onderwijs, hetzij openbaar, hetzij bijzonder in zijn verschillende vertakkingen, alleen met de hieronder volgende uitzonderingen.

Van de geregelde deelneming aan het onderwijs in het vak, in art. 2 vermeld onder j, (lichamelijke oefening) kan door burgemeester en wethouders, of, waar-het een bijzondere school betreft, door het bestuur der school vrijstelling worden verleend, doch alleen op grond van ingewonnen geneeskundig advies.

In de memorie van antwoord werd gezegd, dat de uitdrukking „geneeskundig advies" in ruimen zin behoort te worden uitgelegd. Daaronder is zoowel het advies van den schoolarts of den gemeente-geneeskundige als een verklaring van den huisarts te verstaan.

Voor leerlingen van scholen voor uitgebreid lager onderwijs kan, volgens bij algemeenen maatregel van bestuur te stellen regelen, vrijstelling worden verleend van de verplichting tot het volgen van het onderwijs in een of meer der vakken, vermeld in art. 2 onder / tot en met u. (Art. 12.)

Bij het koninklijk besluit van 24 December 1920 (st.bl. no. 916) is o. m. bepaald, dat aan leerlingen van scholen voor uitgebreid lager onderwijs, op daartoe strekkend verzoek van ouders, voogden of verzorgers, na ingewonnen advies van het hoofd der school, als het een openbare school betreft door burgemeester en wethouders, als het een bijzondere school betreft door het bestuur hiervan, vrijstelling kan worden verleend van de verplichting tot het volgen van het onderwijs, in een of meer der vakken, onder / tot en met u vermeld in artikel 2 der wet.

Indien op zoodanig verzoek afwijzend wordt beschikt moet de met redenen omkleede beschikking onverwijld ter kennis gebracht worden van adressant, alsmede van den inspecteur, binnen wiens ambtsgebied de school is gevestigd.

Van de afwijzende beschikking is beroep op den inspecteur. Wanneer deze de vrijstelling alsnog verleent, doet hij daarvan als het een openbare school betreft, mededeeling aan burgemeester en wethouders, die van de beschikking weer mededeeling doen aan het hoofd der school.

Sluiten