Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

Hfdst. VIII § 5

wijzers kringen veel aangevochtene van de wet van 1878, volgens welke een en ander geregeld werd door het hoofd der school, onder goedkeuring van burgemeester en wethouders en den districtsschoolopziener. Thans moet de regeling door het hoofd der school ontworpen worden. Dezë gaal tot dit ontwerpen niet over dan na bespreking met de gezamenlijke onderwijzers der school, doch hij alleen beslist omtrent het ontwerp. Bij het indienen van het ontwerp bij burgemeester en wethouders voegt het hoofd der school de mededeeling, dat de zaak met de onderwijzers is besproken en dat toen geen voorstellen zijn gedaan, die niet in het ontwerp zijn opgenomen of wel welke niet overgenomen voorstellen door de onderwijzers bij gelegenheid der bespreking zijn gedaan. Burgemeester en wethouders trachten overeenstemming te krijgen met den inspecteur; ook omtrent eventueel door hen of door den inspecteur gewenschte wijzigingen. Is die overeenstemming verkregen dan stellen burgemeester en wethouders (met de inspecteur) de regeling vast. Is er geen overeenstemming verkregen dan wordt de beslissing ingeroepen van den minister, die den onderwijsraad hoort..

De pogingen in de tweede kamer bij de behandeling van deze wetsbepaling aangewend om verplichte schoolvergaderingen met regelende bevoegdheid in te voeren zijn mislukt.

De laatste zin van het eerste lid van art. 25 der wet luidt: „Wij bepalen, den onderwijsraad gehoord, op welke wijze het ontwerpen, vaststellen en wijzigen geschiedt, indien de regeling voor meer dan een school {gelijkelijk werkt.' Aan dit wettelijk voorschrift is uitvoering gegeven door het koninklijk besluit van 13 December 1920, no. 38 (Nederl. staatse, van 17 en 18 December 1920, no. 246). De bij dit besluit gegeven regels komen in hoofdzaak op het volgende neer.

Indien de regeling van de schooltijden en van de vacantiën, het leerplan en de aanwijzing van de bij het onderwijs te gebruiken boeken, en de verdeeling der school in klassen voor meer dan een openbare lagere school gelijkelijk zullen werken wordt door elke school, waarvoor de regeling zal werken, behalve het hoofd dier school een onderwijzer afgevaardigd. In gemeenten, waar bij verordening gereglementeerde schoolvergaderingen bestaan, wordt als onderwijzer afgevaardigd de secretaris der schoolvergadering. In de andere gemeenten wordt hij door het gezamenlijk personeel der school aangewezen. De hoofden en de afgevaardigde onderwijzers komen samen ter voorbereiding eener regeling.

Is het aantal vertegenwoordigde scholen niet meer dan drie dan ontwerpt deze vergadering een regeling. Bij een aantal van meer dan drie scholen kiezen de aanwezigen een commissie van twee hoofden en twee onder-

Een regeling wel ke voor meerdere scholen tegelij k werkt.

Sluiten