Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 7

68

Verlof bij zwangerschap.

Verlof voor

militairen

dienst.

Aan de gehuwde vast aangestelde onderwijzeres, die haar bevalling tegemoet ziet wordt een verlof verleend, ingaande vier maanden vóór het tijdstip, waarop de bevalling kan worden verwacht, en eindigende twee maanden na de bevalling.

Over den tijd van dit verlof blijft de onderwijzeres in het volle genot

van haar jaarwedde. ,

Is zij twee maanden na de bevalling, volgens het oordeel van den behandelenden of contröleerenden geneesheer, nog niet in staat haar werkzaamheden aan de school te hervatten, dan is op haar van toepassing hetgeen voor gewoon ziekteverlof bepaald is na het verstrijken van het eerste

verlofjaar. .

De bepalingen omtrent verlof bij zwangerschap zijn mede van toepassing op de gehuwde onderwijzeres, die overeenkomstig art. 41 der lageronderwijswet 1920 is aangewezen voor tijdelijke waarneming eener betrekking van onderwijzer of van hoofd der school, indien zi, tevens als vast onderwijzeres aan een lagere school is verbonden.

Onderwijzers, op wie militaire dienstplicht rust, genieten verlof, zoolang zij zich verplicht in werkelijken dienst bevinden.

Zij genieten over den tijd van dit verlof:

1" voor zoover zij zich in werkelijken dienst bevinden voor eerste oefening - verlengd verblijf in werkelijken dienst als gevolg van op eidmg tot een rang inbegrepen - of als behoorende tot het zoogenaamd blijvend gedeelte, 3A° der jaarwedde of wedde;

2°. voor zoover zij zich in werkelijken dienst bevinden voor herhalingsoefeningen, de volle jaarwedde of wedde;

3°. voor zoover zij zich in werkelijken dienst bevinden ten gevolge van een oproeping wegens buitengewone omstandigheden:

a. de eerste zes weken de volle jaarwedde of wedde;

b. na de eerste zes weken:

kostwinners 9/io van hun jaarwedde of wedde;

niet-kostwinners »/w van hun jaarwedde of wedde.

Het deel der jaarwedde of wedde, vermeld onder 3° b. wordt zoowel voor kostwinners als voor niet-kostwinners, verminderd met de helft van hun militaire jaarwedde, indien zij den officiersrang of den onderofficiersrang bekleeden. Het wordt voor kostwinners bovendien verminderd met het bedrag, dat ter zake van hun werkelijken dienst van rijkswege mocht worden toegekend als vergoeding wegens kostwinnerschap.

Ten aanzien van hen, die geen eigenlijke kostwinners z„n maar die aannemelijk maken, dat zij bijdragen tot het onderhoud van anderen, kan de minister de uitkeering vaststellen op een hooger bedrag dan onder 5 . b

Sluiten