Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 9

94

Goedkeuring der

bestekken voor

scboolbouw.

Inwerkingtreden der nieuwe verordeninge op

.1 Januari 1922.

terreinen op uren, waarop zij niet voor het schoolonderwijs behoeven te dienen. Ten einde die ingebruikgeving te bevorderen, althans in die gevallen, waarin de lokalen en terreinen met behulp van rijksgeld zijn gesticht en ingericht en voor oefeningen, welke rechtstreeks van het rijk uitgaan of door het rijk worden gesteund, is deze bepaling opgenomen.

„De bestekken voor en de gunning van den bouw en verbouw van scholen en onderwijzerswoningen en van de inrichting van terreinen voor het onderwijs in lichamelijke oefening, ter bekostiging waarvan aan de gemeente overeenkomstig art. 68 uit 's rijks kas tijdelijk subsidie wordt verleend, behoeven de goedkeuring van Onzen Minister. Deze beslist, den inspecteur gehoord.'

Het is niet duidelijk, waarom in deze bepaling van het eerste lid van art. 69 ook nog gesproken wordt van onderwijzerswoningen. Nu de gemeente voor ambtswoningen der hoofden van scholen, m den vorm van korting op de jaarwedden een behoorlijke huur ontvangen, zal vöor den bouw van deze woningen uit 's rijks kas wel nimmer subsidie verleend worden.

Als geen subsidie genoten wordt dan moeten de bestekken aan de goedkeuring van den inspecteur worden onderworpen. Ingeval deze bezwaar maakt zijn goedkeuring te verleenen kan de beslissing van den minister worden ingeroepen.

§ 9. Het schoolgeld.

Art. 208 der wet zegt, dat de plaatselijke verordeningen tot heffing en invordering van schoolgeld voor de lagere scholen voor 1 Januari 1922 m i overeenstemming gebracht moeten worden met de bepalingen, vervat in de artt. 62 tot en met 67 der lager-onderwijswet 1920. Op dien datum treden — zoo bepaalt art. 208 uitdrukkelijk — deze nieuwe verordeningen in werking en vervallen die volgens art. 50 der wet van 1878 vastgesteld. Art. 95, handelende over het heffen van schoolgelden door de gemeenten voor het bijzonder onderwijs, moet voor de eerste maal toegepast worden over het jaar 1922.

De wet zelf heeft vastgesteld den datum, waarop de nieuwe verordeningen tot heffing en invordering van schoolgelden voor het lager onderwijs in zijn verschillende onderdeden (gewoon en uitgebreid lager onderwijs, vervolgonderwijs en openbaar x) buitengewoon lager onderwijs) in werking treden onafhankelijk van den dag der vaststelling en der koninklijke goedkeuring. Deze verordeningen behoeven dus geen datum van inwerkingtreden te

x) Zie de paragraaf, waarin gehandeld wordt over het buitengewoon onderwijs.

Sluiten