Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 12

120

Ambtsgebied. Bezoldiging

kunnen worden. Om elke mogelijkheid uit te sluiten, dat men zou kunnen beweren, dat vrouwen niet benoembaar zijn, heeft men in art. 15 (zie bladz. 27) nog bepaald, dat waar in de lager-onderwijswet 1920 van .hoofdinspecteurs, inspecteurs en schoolopzieners gesproken wordt, daaronder ook vrouwen zijn te verstaan.

De benoeming van de leden van het schooltoezicht geschiedt voor onbepaalden tijd. Het woord herbenoeming in het laatste lid van art. 177 zou daaraan kunnen doen twijfelen, doch zooals hieronder (bladz. 122) zal aangetoond worden, ziet dit alleen op de ambtenaren van het plaatselijk toezicht.

De hoofdinspecteurs, de inspecteurs en de schoolopzieners zijn in een bepaald aangewezen ambtsgebied of in algemeenen dienst werkzaam. (Art. 173, tweede lid).

De indeeling van het rijk in hoofdinspectiën en inspectiën is geschied bij koninklijk besluifvan 6 November 1920, no. 36, staatscourant no. 217. (Het toezichtbesluit). Daarbij is het rijk voor het toezicht op het gewoon lager onderwijs, het vervolgonderwijs, het uitgebreid lager onderwijs, het buitengewoon lager onderwijs aan schippers- en kramerskinderen, het bewaarschoolonderwijs, het onderwijs aan inrichtingen tot opleiding van onderwijzers, onderwijzeressen en bewaarschoolpersoneel, verdeeld in vier hoofdinspectiën. De eerste hoofdinspectie omvat de provinciën Noordbrabant, Gelderland en Limburg; de tweede hoofdinspectie de provinciën Zuidholland en Zeeland; de derde hoofdinspectie de provinciën Noordholland en Utrecht en de vierde hoofdinspectie de provinciën Friesland, Overijssel, Groningen en Drenthe.

Het rijk is voor het toezicht op dat onderwijs ook verdeeld in zeven en twintig inspectiën.

De inspectie van het buitengewoon onderwijs, met uitzondering van dat aan schippers- en kramerskinderen, omvat het geheele rijk.

Aangezien de schoolopzieners hun werkzaamheden slechts uitoefenen onder de hoofdinspecteurs en de inspecteurs is een verdeeling van het rijk in ambtsgebieden voor de schoolopzieners uitgesloten.

De hoofdinspecteurs, de inspecteurs en de schoolopzieners genieten een vaste jaarwedde en bovendien vergoeding voor reis- en verblijfkosten uit 's rijks kas. (Art. 173, derde lid). In de memorie van antwoord, tweede kamer, is toegezegd, dat de ambtenaren van het rijksschooltoezicht opnieuw zullen ingedeeld worden in het bezoldigingsbesluit voor de rijks burgerlijke ambtenaren. Dit is geschied door wijziging van bijlage A van het bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1920 bij besluit van 16 December 1920 (st.bl. no. 900).

Sluiten