Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

133

Hfdst. VIII § 13

besproken zullen worden de kosten van de gebouwen en de instandhouding der scholen voor bijzonder buitengewoon lager onderwijs. 1°. Het stichten van schoolgebouwen. In art. 72 is sprake van het vestigen van een bijzondere lagere school in een gemeente en het stichten van een gebouw daarvoor, het uitbreiden van een bestaande bijzondere lagere school en het daarvoor verbouwen of vergrooten van het gebouw en het veranderen van de inrichting van het gebouw eener bestaande bijzondere lagere school. De artt. 72—81 handelen meer speciaal over het stichten van een schoolgebouw, terwijl art. 82 zegt, dat de artt. 77—81 overeenkomstige toepassing vinden bij verbouw of verandering van inrichting. Er wordt nergens uitdrukkelijk gesproken van het vervangen van een bestaande school door een geheel nieuwe. Toch heeft de wetgever natuurlijk ook dit geval willen voorzien. Men heeft bij het stichten van een nieuw gebouw ter vervanging van een bestaand schoolgebouw niet te doen met verbouw of verandering van inrichting van een bestaand schoolgebouw, zoodat dit geval gebracht moet worden tot het stichten van een nieuw gebouw, hoewel art. 72 door te spreken van het vestigen van een school in een gemeente aanleiding geeft om te denken, dat de wetgever alleen het geval voor oogen heeft gehad, dat men in een gemeente een gebouw wenscht te stichten voor een nog niet bestaande school. De redactie van verschillende bepalingen der wet is echter niet zoodanig verzorgd, dat men. recht zou hebben over een enkel woordje te vallen of zich daaraan vast te klampen.

Men zal niet uit het oog moeten verliezen, dat, hoewel in het vervolg van dit onderdeel van deze paragraaf meestal gesproken wordt van het vestigen van een nieuwe school, de behandelde voorschriften ook toegepast moeten worden, als een bestaande school door een nieuwe vervangen wordt. Op bladz. 144 zal er op gewezen worden, dat dan bovendien ook nog geldt hetgeen voor dit geval art. 205, derde lid, bepaalt.

Indien een rechtspersoonlijkheid bezittende .instelling of vereeniging een 1 bijzondere lagere school in een gemeente wenscht te vestigen, wordt de ! school gebouwd op kosten der gemeente, doch zij wordt het eigendom I van de instelling of vereeniging. 1

De staatscommissie had een ander stelsel aanbevolen. Volgens dat stelsel s zou ook de gemeente de school bouwen, doch was het gebouw gereed, 8 dan zou dit, voor zoolang de school daarin gevestigd bleef, ten gebruike e aan het schoolbestuur afgestaan worden. In dat systeem bleef de gemeente ' eigenaresse en had de gemeente voor het onderhoud te zorgen. De school- v vereeniging kreeg de rechten, voortvloeiende uit de overeenkomst van * bruikleening en had de kleinere reparatiën voor haar rekening.

( Het vestigen

van een 1 nieuwe

■ bijzondere lagere school

' in een gemeente of het vervangen van een

■ bestaande school door een nieuwe.

Een te stichten bijzondere lagere school wordt op Kosten der gemeente < gebouwd, doch wordt eigendom der instelling of vereeniging, welke de school bestuurt.

Sluiten