Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

139

Hfdst. VIII § 13

bekend staat, berekend naar den maatstaf van art. 28, zesde lid, in gemeenten met meer dan 100 000 ingezetenen minder dan 100, en in andere gemeenten minder dan 40 bedraagt, en scholen voor uitgebreid lager onderwijs, waarvan het aantal leerlingen, berekend naar denzelfden maatstaf, in gemeenten met meer dan 100 000 ingezetenen minder dan 40 en in andere gemeenten minder dan 18 bedraagt.

Met afwijking van deze bepaling, kan de minister, den onderwijsraad gehoord, in bijzondere gevallen, op verzoek van het bestuur eener school voor gewoon lager onderwijs in een gemeente met minder dan 25 000 ingezetenen, alsmede op verzoek van het bestuur eener school, als bedoeld in het zesde lid van art. 90, ongeacht het aantal ingezetenen in die gemeente, telkens voor een jaar bepalen, dat die school voor de vergoeding in aanmerking komt, ook al bedraagt het aantal leerlingen van zes jaren en ouder minder dan 40, mits het aantal niet daalt beneden 25.

Bovendien wordt de vergoeding niet ingehouden ten aanzien van scholen, waarvan nog niet alle klassen, over welke volgens het leerplan de leerstof verdeeld is, in werking zijn en is de bepaling ten aanzien van scholen voor uitgebreid lager onderwijs niet van toepassing gedurende de eerste twee jaren na de opening der school.

Uit de verklaring moet blijken, dat het aantal leerlingen voldoende is, zonder dat er ook maar iets is, dat er op wijst, dat deze leerlingen allen of zelfs voor het grootste gedeelte moeten komen uit de gemeente tot welker raad pe aanvraag gericht is. Door de aanvraag te richten tot den raad van een bepaalde gemeente is die gemeente alleen verplicht de gelden toe te staan of het gebouw te stichten, al is het ook dat de school door slechts enkele leerlingen uit die gemeente bezocht zal worden en het leeuwendeel der leerlingen uit een andere gemeente of uit andere gemeenten zal komen. Het verschaffen van gelden of hét stichten van een gebouw voor een bijzondere school voor gemeenschappelijke rekening van twee of meer gemeenten kent de wet niet. Art. 86 bevat een bepaling, die de groote onbillijkheid, welke hieruit kan voortvloeien voor een zeer groot deel wegneemt. Hiervoor wordt verwezen naar hetgeen in het vervolg van deze paragraaf omtrent deze wetsbepaling nog wordt opgemerkt.

Daar met betrekking tot de leerlingen in de verklaring van art. 73, eerste lid, letter a, bedoeld, de wet geen enkele beperking inhoudt, kunnen ook medegeteld worden zij die op meer dan vier kilometer afstand van de school wonen en om de te stichten school te kunnen bezoeken, steun uit de gemeentekas zullen ontvangen.

b. De verbintenis betreffende het storten der waarborgsom.

De

leerlingen kunnen ook in een andere gemeente wonen dan in die tot welker soort de aanvraag gericht is en ook op verren afstand wonen.

Sluiten