Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 13

162

Stichting van zoogenaamde gestichtsschoollokalen, dl

b.

tc

V(

d

t( t<

\i

I

V

e

Ü

I

1 1 1

Uit keeringen van gemeenten, waaruit kinderen een bijzondere school in een andere gemeente _ bezoeken.

„Het bestuur eener rechtspersoonlijkheid bezittende instelling of vereeniging, welke in een gemeente een bijzondere lagere school wenscht te stichten, deel'uitmakende van een niet uitsluitend voor het geven van schoolonderwijs bestemd en niet aan die gemeente in eigendom toebehoorend gebouw, kan tot den raad dier gemeente een aanvrage richten tot toekenning van een vergoeding voor de kosten van die schoollokalen." (Art. 84, eerste lid.)

Bij deze aanvraag moet overgelegd worden een verklaring, waaruit blijkt, dat de school, waar het geldt een gemeente met meer dan 100.000 ingezetenen, door ten minste 100 en waar het geldt een andere gemeente, door ten minste 40 leerlingen zal bezocht worden. (Vergelijk art. 73, eerste hd, letter a, op bladz. 136). Hiervan kan evenals voor een andere bijzondere school bepaald is in art, 73, tweede lid (zie bladz. 136) in bijzondere gevallet, worden afgeweken. Omtrent de beslissing op de aanvraag geldt evenals voor andere aanvragen hetgeen bepaald is in de artt. 75 en 76, waarvoor verwezen wordt naar bladz. 142 en volgende.

Voor het stichten van deze zoogenaamde gestichtslokalen heeft echter nimmer uitkeering van kapitaal aan het schoolbestuur plaats, maar er wordt over de geschatte waarde der voor schoolonderwijs bestemde lokalen per jaar een vergoeding door de gemeente betaald, bedragend zoodanig percentage als de drie ten honderd rentende nationale schuld op den eersten beursdag van het jaar, in hetwelk de waarde is geschat voor den verkrijger afwerpt, vermeerderd met een half ten honderd. Bij vermeerdering of vermindering van die lokalen vindt herschatting plaats1).

Voor deze schatting gelden de bepalingen op bladz. 141 en 142 genoemd. Elke gemeente behoort bij te dragen in de kosten van het lager onderwijs ' (ook van het bijzonder lager onderwijs) der kinderen van haar ingezetenen, , ook als die kinderen dat onderwijs in een andere gemeente ontvangen.

Als kosten van het lager onderwijs zijn ook te beschouwen de stichtingskosten " der scholen. Voor zoover het bijzonder onderwijs betreft, bepaalt art. 86 dienaangaande het volgende.

Wanneer een school, welke is tot stand gekomen overeenkomstig het bepaalde in de artt. 72 tot en met 83, d.i. met gelden der gemeente gesticht of door de gemeente beschikbaar gesteld, bezocht wordt door kinderen, die niét wonen in de gemeente, waar die school is gevestigd; heeft deze gemeente aanspraak op een uitkeering van de gemeenten, waarin die kinderen woonachtig zijn, in de kosten van stiéiting en verbouwing. Deze uitkeering bedraagt zes ten honderd van die kosten. , Wanneer een school, als bedoeld in art. 84, d.i. deel uitmakende van gestichtsgebouwen, bezocht wordt door kinderen, die niet wonen in de

i) Zie het tweede, derde en vierde lid van artikel 84. Zie voor het bedrag der rente bladz. 155 en 156.

Sluiten