Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

225 Hfdst. IX § 1

aan uiterlijk zoodra het kind den leeftijd van zeven jaren heeft bereikt. Umtrent het einde van de verplichting om huisonderwijs te verstrekken | bepalen het tweede en derde lid van art. 4: „Ten aanzien van een kind waaraan vóór of sinds het bereiken van het zesde levensjaar huisonderwijs I in den z.n dezer wet wordt verstrekt, eindigt deze verplichting bij het bereiken van den leeftijd van dertien jaren, indien het kind alsdan zeven I achtereenvolgende jaren onderwijs heeft genoten.

Ten aanzien van een kind, dat op een later tijdstip dan in het vorige I *! ^d°eld aanvangt huisonderwijs te genieten, eindigt de verplichting bij het bereiken van den leeftijd van veertien jaren."

In art. 6 wordt nog eens opzettelijk duidelijk geformuleerd, wat het openbaar gezag, dat de administratieve of gerechtelijke repressiemiddelen moet toepassen, alvorens daartoe te kunnen overgaan, heeft te onderzoeken en vast te stellen en wel door sub 1°. van dat artikel te omschrijven, wanï neer er absoluut leer- of schoolverzuim plaats heeft. Volgens die bepaling wordt de verplichting om te zorgen, dat een kind geen absoluut leer- of I schoolverzuim pleegt niet nagekomen zoolang het kind, den leeftijd van , zeven jaren bereikt hebbende, en nog niet op grond van veertienjarigen , leeftijd ingevolge art. 3, vierde lid, buiten de leerverplichting vallende, met als leerling eener lagere school is ingeschreven, noch huisonderwijs I geniet overeenkomstig de regelen der wet, terwijl niet blijkt, noch van het I vroeger verstrijken van den leerplichtigen leeftijd ingevolge art. 3, derde hd ot art. 4, tweede lid, noch van eenige wettelijke vrijstelling. Art. 6 omschrijft in sub 2°. de overtreding, bestaande in relatief school| verzuim Daar de strafbepaling van art. 22 naar deze omschrijving verft wijst zal het openbaar ministerie dus niets anders hebben te bewijzen I dan dat de administratieve behandeling is uitgeput en dat binnen de terI mijnen in dat art. 22 genoemd, de school door het kind opnieuw ongeregeld

■ bezocht is zonder dat blijkt van eenige geldige reden van tijdelijk school-

■ verzuim of van voldoende zorg om het schoolverzuim te voorkomen. In

I A Tu^iï W? * ge2egd' ** men met relatief schoolverzuim te I doen heeft zoo dikwijls het kind, dat als leerling eener lagere school is ingeI schreven en nog met op grond van art. 3, derde of vierde lid, buiten de I leerverplichting valt, die school niet geregeld bezoekt, terwijl niet blijkt ■van eenige geldige reden van tijdelijk schoolverzuim, noch dat de voor het feakomen der verphchting aansprakelijke personen het redelijkerwijs mogelijke deden om het schoolverzuim te voorkomen. Wij gaan nu in de eerste plaats zien, welke redenen er kunnen zijn, die ! 1 absoluut school, en leerverzuim wettigen en in de tweede plaats, in welke • gevallen het relatief schoolverzuim geoorloofd is. s |Adm. recht III z

15

1

t. i,

s

e

t Absoluut . school- en leerverzuim.

I

I I

Relatief schoolverzuim.

Geldige redenen voor absoluut schoolverzuim.

225

Sluiten