Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

241

Hfdst. IX § 3

van zijn bevindingen en van de in de vorige paragraaf bedoelde aanzegging aan den bevoegden ambtenaar van het openbaar ministerie toekomen.

Indien sinds de aanzegging zes maanden verstreken zijn, zonder dat door denzelfden persoon een nieuwe overtreding is gepleegd, of indien sinds het plegen van een overtreding, ter zake waarvan een onherroepelijke veroordeeling plaats had of de veroordeelde de boete vrijwillig heeft betaald, een jaar verstreken is, zonder dat door denzelfden persoon een nieuwe overtreding gepleegd is, dan wordt bij een latere overtreding gehandeld als bij een eerste overtreding *).

§ 3. Commissies tot wering van schoolverzuim.

Volgens het eerste lid van art. 21 der wet moeten door den gemeenteraad de commissiën tot wering van schoolverzuim worden ingesteld, hetgeen behalve het benoemen der leden ook omvat het bepalen van het aantal leden, het vaststellen van het aantal commissies en de aanwijzing van het deel der gemeente, waarvoor een commissie wordt benoemd.

Bij het bepalen van het aantal leden van een commissie moet de gemeenteraad er wel op letten, dat het aantal leden van een commissie nergens meer mag bedragen dan negen. Dit heeft men bepaald om te voorkomen, dat men ook in groote gemeenten slechts één commissie zou instellen, maar dan een uit veel leden bestaande. Het minimum van het aantal leden eener commissie is door de wet niet aangegeven. Om echter te kunnen beantwoorden aan de bedoeling van het vierde lid van art. 21 der wet (zie hierna) zal een commissie in een gemeente, waar zoowel openbaar als bijzonder lager onderwijs gegeven wordt uit minstens drie leden moeten bestaan.

Het aantal commissies moet door den raad worden vastgesteld met dien verstande dat in iedere gemeente minstens een commissie wordt ingesteld; ovengens is de raad hierin geheel vrij.

Indien er slechts één commissie wordt ingesteld, omvat die natuurlijk de geheele gemeente en is dienaangaande niets te bepalen, doch wordt er meer dan een commissie ingesteld dan moet door den gemeenteraad voor elke commissie een bepaald deel der gemeente worden aangewezen.

Al wat het instellen der commissie betreft zal wel steeds in één verordening worden samengevat. Van deze verordening moet een afschrift worden gezonden aan den commissaris der Koningin in de provincie en aan den inspecteur van het lager onderwijs *).

V°teens het zesde lid van art. 21 der wet moeten bij algemeenen maat*) Zie verder de artt. 19 en 20 der wet.

V Zie art. 1, tweede lid. van hét koninklijk besluit van 28 December 1921 (st.bl. no. 1447) Adm. recht III

16

De commissies tot wering van schoolverzuim moeten door den gemeenteraad worden ingesteld.

Het uitvoeringsbesluit.

Sluiten