Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

279

Hfdst. X § 6

De rechtsvorderingen tot het verhaal van kosten van verzorging op de ondersteunde zelf, op hun nalatenschap of op de onderhoudsplichtigen verjaren door verloop van vijf jaren na den 3lsten December van het jaar, waarin de verzorging heeft plaats gehad.

Deze vorderingen zijn bevoorrechte schulden en nemen rang onmiddellijk na die, in art. 1195 van het burgerlijk wetboek omschreven, voor zoover zij daarin niet reeds zijn begrepen. (Art. 72).

Het verhaal op den ondersteunde of, zijn nalatenschap geschiedt uit kracht van een bevelschrift van tenuitvoerlegging, gesteld op behoorlijk gesplitste en, zooveel mogelijk, door bewijsmiddelen gerechtvaardigde staten van kosten, door het bestuur van de instelling of door burgemeester en wethouders, die ondersteund hebben, aan den rechter overgelegd. (Art. 64, eerste lid.)

En de volgende alinea's van art. 64 is in navolging van art. 41 der krankzinnigenwet x) een eenvoudige procedure ontworpen voor dit verhaal.

Indien door een instelling van weldadigheid of door burgemeester en wethouders een arme verzorgd is, tot wiens onderhoud derden ingevolge de wet gehouden zijn, kan de kantonrechter, binnen wiens rechtsgebied de arme woont of verblijft, op schriftelijk verzoek van het bestuur der instelling of van burgemeester en wethouders bepalen, dat van hetgeen de onderhoudsplichtige van een derde aan loon of andere inkomsten te vorderen heeft, door dien derde een bedrag zal worden uitgekeerd aan de#nstelhng of aan burgemeester en wethouders. (Art. 65, eerste lid).

De volgende alinea's van art. 65 en de artt. 66 en 67 regelen het verhaal op een onderhoudsplichtige. De artt. 65 en 66 geven een eenvoudige procedure voor het verhaal op inkomsten, als bijv. loon, dat een onderhoudsplichtige van een derde te vorderen heeft. De kantonrechter stelt een bedrag vast, dat van de inkomsten wordt ingehouden, en dus niet mag worden uitgekeerd aan den onderhoudsplichtige, maar moet worden uitbetaald aan de instelling, of de gemeente, welke onderstand verhaalt. Dit verhaal verklaart art. 65 nadrukkelijk toelaatbaar op traktementen, soldijen en pensioenen. Heeft de onderhoudsplichtige niets van derden te vorderen, dan geschiedt het verhaal bij bevelschrift overeenkomstig art. 64. Een instelling van weldadigheid of burgemeester en wethouders treden voor het verhaal van de kosten van verzorging van een arme in de rechten, welke die arme krachtens art. 1638y van het burgerlijk wetboek, houdende de verplichting voor den werkgever om in geval van ziekte of ongeval van een bij hem mwonenden arbeider voor diens behoorlijke verpleging en geneeskundige behandeling zorg te dragen, heeft tegenover een werkgever.

Verhaal op den ondersteunde of op zijn nalatenschap.

Verhaal op de onderhoudsplichtigen.

*) Zie het tweede deel, bladz. 357 en volgende.

Sluiten