Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. XI § 1

294

Kennisgeving van een ingekomen verzoek.

meentebestuur oordeelt, dat zij negatief behoort te zijn, dan moet het den aanvrager berichten, dat alsnog een juiste verklaring behoort te worden overgelegd

Art. 6 bepaalt, dat van elk ingekomen verzoek om vergunning tot het oprichten van een inrichting, genoemd in art. 2 der hinderwet, het gemeentebestuur, als blijkt, dat alle stukken, welke bij de aanvrage moeten worden overgelegd, aanwezig zijn, ten spoedigste moet kennis geven aan de eigenaars en gebruikers van elk der perceelen, onmiddellijk grenzende aan dat, waar de inrichting zal worden opgericht en van de gebouwen of lokalen, bedoeld in art. 5, sub 3. Dit is zóó op te vatten, dat ook aan den eigenaar en gebruiker eener woning boven het voor de inrichting bestemde perceelsgedeelte gelegen,- een kennisgeving gezonden moet worden.

De gemeentebesturen zijn in 1907 uitgenoodigd, om bij de kennisgeving de aandacht er op te vestigen, dat volgens de bestaande jurisprudentie niet tot beroep gerechtigd zijn, zij die niet overeenkomstig art. 7 der hinderwet voor het gemeentebestuur of een of meer zijner leden zijn verschenen ten einde hun bezwaren mondeling toe te lichten.

Doch niet alleen zij, die in de nabijheid wonen, ook anderen kunnen gevaar, schade of hinder ondervinden van het oprichten van een inrichting, als genoemd in art. 2 der hinderwet. Deze belanghebbenden zullen meestal aan de plaatselijke overheid onbekend zijn, zoodat een schriftelijke kennisgeving van een gedaan verzoek om vergunning gewoonlijk onmogelijk zal wezen. Opdat ook de hier bedoelde belanghebbenden van het gedane verzoek kennis zouden kunnen dragen, moet het plaatselijk bestuur zorgen, dat het verzoek met de daarbij behoorende bijlagen op de secretarie ter visie wordt gelegd en daarvan gelijktijdig op de in de gemeente gebruikelijke wijze en door aanplakking op het terrein, voor de inrichting bestemd, kennis geven aan het publiek. Ligt een andere gemeente binnen den afstand van tweehonderd meter van de plek, waar de inrichting zal verrijzen, dan geschiedt ook daar openbare aankondiging.

Prof. Oppenheim8) beweert, dat in dit geval in de andere gemeente of gemeenten openbare aankondiging geschiedt .zonder meer, m. a. w. dat de eigenaars en gebruikers van belendende perceelen in de andere gemeenten geen schriftelijke kennisgeving erlangen. Hoewel ook in het voorloopig verslag der tweede kamer deze meening werd voorgestaan, vindt zij geen steun in de letter der wet. Het blijkt uit niets, dat het laatste lid van art. 6 een uitzondering op de eerste alinea zou maken ®).

*) Vergelijk gem.stem no. 2416.

*) Bladz. 50 van zijn bewerking der hinderwet.

*) Zie gem.stem no. 2275.

Sluiten