is toegevoegd aan je favorieten.

Het beginsel van wederkeerigheid bij het afsluiten van handelstractaten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

§ 2. Het veldwinnend Protectionisme.

Ik vermeld deze uitspraken, die evenveel mislukte economische voorspellingen uitmaken, niet, om te trachten het gezag der theoretische economie te ondermijnen, doch alleen, om te waarschuwen tegen een geestesgesteldheid, die in vele kringen ten onzent overheerschend is, om de kwestie der handelspolitiek te beschouwen als onveranderlijk en onvatbaar voor verbetering.

Het moge waar zijn, dat een kringloop van belangen de staten van Europa onverbreekbaar samenbindt, ook in economisch opzicht, het is evenzeer waar, dat er toch wel zeer deugdelijke argumenten voorhanden zijn, om het veldwinnend protectionisme — dit feit op zich zelf is niet betwist — te verklaren. De band, die zoowel vroegere vijanden als vroegere bondgenooten als een noodlot omstrengeld houdt, is nu eenmaal de onderlinge verhouding van debiteur tot crediteur en omgekeerd. Kwijtschelding van schulden beteekent voor vele der crediteuren financieele ineenstorting en revolutie, betaling van schulden beteekent voor de debiteuren uitzetting van de productie, om door ruil van goederen tegen delging van schuld, tot vereffening te komen. De verminderde koopkracht eenerzijds en de ernstige werkloosheid anderzijds nopen de crediteuren tot de grootst mogelijke terughoudendheid, om van haar kant de debiteuren in staat te stellen door export tot schulddelging te komen.

Zoo keert de wal het schip en roept de wensch naar schuldvergelijking haar tegenbeeld in den vorm van moeilijkheden in de eigen productie in het leven.

Het blijkt wel overduidelijk, dat het creëeren van schulden krachtens vredesverdragen een onnatuurlijke daad moet worden genoemd, die zich wreekt juist op hen, die meenden door deze methode gebaat te worden. Het scheppen van een schuld, waaraan geen praestatie is voorafgegaan, moge in de gegeven omstandigheden het rechtsgevoel bevredigd hebben, economisch bezien, kan deze betalingsplicht geen voordeel brengen.

Door dit vast te stellen en daarbij te overwegen, dat welhaast zeven jaar verloopen zijn sinds het kwaad zijn oorsprong nam, zonder dat een met succes bekroonde poging is gedaan om het euvel weg te nemen, komt men vanzelf tot de slotsom, dat de con-