Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar niet zoo begrepen, dat de stoffelijke — in casu lite* raire — weergave mogelijk zij. Katholieke Kunst zal dan van zelf sprekend op het plastisch Beeld, als representatief Teeken, aangewezen zijn en daarmede benaderen. Als wij door Calvinistischsgetinte „roomsche" gemoederen in onze orthodoxe Godsplastiek gehinderd worden, zullen wij daar* aan denken en vasthouden als aan een rots.

— De rechtstreeksche aanspreking Gods in een gedicht is door de H. Moeder Theresia niet gelaakt geweest. In haar „Waarschuwingen" prijst zij het volgend zeer*direkt vers van een spaanscfie kloosterzuster:

„Las doce son de la noche, Nino Dios, y non dormis: Si es amor, ay Dios qué dichal Si son zelos, ay de mi!"

Om haar gevoelens wordt deze kloosterzuster geprezen, maar tevens niet gelaakt om haar rechtstreeksche „aan* roeping" — niet oproeping! — des Heeren. Gelukkig de Katholieke Nederlandsche dichter die, onder de kracht der H. Sacramenten, zich voortdurend*rechtstreeks, in lyrische en plastische liefde, 'bij God begeeft. Er is hiertegen nergens een „halt" bordje. Want als God niet in elke levensgelegen* heid geintroniseerd wordt, dan zijn er vele gelegenheden waar Hij noch in, noch omtrent is.... En bij die laatste gelegenheden houdt een Katholiek dichter op „katholiek" te zijn. Wel ja, hij weze om God in zijn dichtwerk bekom* merd als om zijn „portefeuille". Waar zijn schat is ,daar is zijn hart. Ware onze bezorgdheid maar steeds zóó groot!

— Kon men op schalen nawegen de historische hoeveelheid Nederlandsche dichtkunst, dan bevat de een schaal eenige handsvollen zuiver rythme en de andere een berg metriek en kadans. Men heeft meestal het rythme afhankelijk ge*

33

3

Sluiten