Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land treft. Een historisch voorbeeld daarvan vindt men in het Orangisme van Jan Frans Willems.

De revolutie van '30 was dus vooral eene Franschgezinde beweging, die bij de Belgen hoofdzakelijk haar steun had op toentertijd werkelijke politieke en ethiscfvreligieuse grieven tegen Willem I, welke echter als positieve voorwendsels dien* den. De occulte — en voor alles waardevolle — ondergrond van de Belgische revolutie vindt men in deze frase van Ern. Lavisse, in zijn „Histoire Générale": „La France de la monarchie de juillet ne cachait pas ses sympathies pour la cause des Beiges, et T'Angleterre ne voyait pas de mauvais oeil la dissolution du Royaume des Pays*Bas, pourvu que cette dissolution ne profitêt pas è la France."

Dat de revolutie van '30 eerst en vooral eene Fransch* gezinde beweging was, gebeurend buiten de toenmalige nationale aspiraties van het in*dien*tijd onmondige Vlaams sche volk, is nog achteraf gebleken tijdens de verhandelingen van het Nationaal Congres van 1830, waar onze taal door de Rogiergroep, uit kracht van een noodlottig liberalistisch prin* ciep „1'emploi des langues usitées en Belgique est facultatif", op het officieele doodenregister werd ingeschreven. De religieuse hoofdgrief van het Belgisch Katholicisme tegen* over het Hollandsch Protestantisme berustte daarbij vooral op de Franschgezinde gevoelens van Z. D. H. Mgr. de Brog* lie, Bisschop van Gent, en geboren Franschman.

„Vlaanderen liet zich op sleeptouw nemen door een Fran* schen prelaat, die zijn voorkeur voor de Bourbons geen oogen* blik verheeld had." (Colenbrander „Belg. Omw.")

Dit als enorm*eerste*rangswerk erkende De Belgische Om: wenteling, van Dr. H. Colenbrander bevestigt de Fransch* gezindheid der Belgische revolutie van '30, waar hij schrijft: „Machtiger was de partij, die in den eenen of anderen vorm eene nauwe aansluiting bij Frankrijk wenschte"; en verder: „Op het eigen oogenblik dat het (Belgisch volk) zijne onaf*

101

Sluiten