Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hankelijkheid ten opzichte van Holland won, stond het op het punt haar aan Frankrijk te verhezen."

„De Staat was gesticht door een geslacht dat van den Fran* schen geest geheel doortrokken was en de heerschende libe* rale partij, die Staatsgezag en Staatseenheid, hoog hield, was aan alle particularisme beslist vijandig." (idem).

a5) De wederzijdsche terugstoot tusschen Vlaanderen en Holland is van ethisch*religieuzen aard: Holland immers is bezorgd om het behoud zijner protestantsche hegemonie bij de eventueele wederopname van een Roomsch*Vlaanderen, ook in zijn Hollandsch cultuurleven; Vlaanderen is langs zijn kant bekommerd om het behoud van zijn Roomsch*Katho* lieke traditie, zelfs slechts bij eene cultureele toenadering tot Noord*Nederland.

Er valt langs de zijde van een Roomsch*Katholiek België, minder nu dan in 1830, eene hegemonie van het Protestan* tisme te duchten, daar het Calvinisme in Nederland op verbijsterende wijze vervalt en de bloei van het Roomsch* Katholicisme van dag tot dag toeneemt. Men leze hierover — als jongste gegevens — de interessante beschouwingen van Dr. Gerard Brom in De Beiaard (November 1916) „De toe* stand van de Nederlandsche Hervormde Kerk": „Sinds de Revolutie geen Staatskerk meer, moet en zal de Hervormde Kerk nog de Nederlandsche heeten, wat ze alleen naar 6e* perking en niet naar uitbreiding verdient." (Dr. G. Brom)

„dat het karakter onzer natie niet langer Protestantsch,

laat staan Gereformeerd maar veeleer Roomsch verdient te heeten." (Dr. Kromsigt). Een wezenlijker gevaar voor het Roomsch*Katholieke België is eerder het Fransch*Gallica* nisme, dat naar de nationalistische confessie in Frankrijk streeft en nu reeds het kettersch schema der „Belgische Kerk" ontwerpt als religieus product van onzen oorlog.

2') Redacteur Neuray van de XXe Siècle, — het Katholiek* democratisch, Fransch*gezmd en sembofficieus orgaan van enkele leden der Belgische regeering — schrijft in haar nr.

102

Sluiten