Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

GRIEKSCHE WIJSBEGEERTE.

gelden omdat zij^naar eigen methode haar eigen problemen behandelt.

j Neen, de philosophie heeft een geheel anderen arbeid te •verrichten, die haar door geen enkele wetenschap uit de handen genomen kan worden; haar taak is het verklaren van »de mogeUjkheid van het kennen zelf.

,,De natuurkundige wil ons de natuurverschijnselen verklaren en niets dan deze. Hij wil ons de natuur en de eigenschappen der lichamen uiteenzetten, uit welke stoffen zij bestaan, welke krachten zij hebben, door welke oorzaken zij veranderen, welke werkingen zij uitoefenen. Hij zal niets verklaren, dan wat hij observeert en waarneemt. Wat hij waarneemt, zijn afzonderlijke zinnelijke indrukken en alleen . deze; wat hij niet waarneemt, nooit kan waarnemen, is hun | samenhang, hun noodzakelijke verbinding. Maar een voorval (of een verschijnsel physisch verklaren beteekent: de natuurlijke oorzaken aanwijzen, waaruit het volgt, beteekent dus: dit voorval begrijpen in zijn noodwendige verbinding met andere natuurverschijnselen. Zonder het begrip van zulk een noodwendige verbinding, dus zonder het begrip van ding en eigenschap, oorzaak, en gevolg, kracht en uiting, enz. bestaat er geen physische verklaring. En deze begrippen zelf, wat zijn zij ? Wat is oorzaak en werking, kracht en uiting ? Wat antwoordt de natuurkundige op deze onze vraag? Dat die begrippen de noodzakelijke voorwaarden, als het ware de organen van zijn verklaring zijn, en geenszins haar objecten. Hij heeft gelijk. Maar bij deze gelegenheid ervaren wij, dat er iets is, dat de natuurkundige ons niet verklaart, op zijn standpunt noch kan noch wil verklaren: dat zijn de begrippen, | zonder welke noch ervaring noch wetenschap van de dingen 'mogelijk is. De mogelijkheid der natuurverschijnselen zal hij jmij verklaard hebben, wil ik aannemen; wat hij mij niet verklaard heeft, niet kan verklaren, is de mogelijkheid der physika. De natuur wordt klaar, maar de physika wordt

Sluiten