Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

7

oordeelen aanspraak kunnen maken op algemeengeldigheid.

Zooals reeds gezegd is, waren de problemen, die wij nu philósophische in engeren zin noemen, bij de Grieken (vooral in den beginne) vermengd met die, welke door de bijzondere wetenschappen volgens geheel andere methoden behandeld worden. En zoo is de geschiedenis van de wijsbegeerte der Grieken tevens de geschiedenis van den oorsprong onzer wetenschap in 't algemeen en van de speciale wetenschappen in het bijzonder. Het is een aantrekkelijk en leerzaam werk na te gaan, hoe bij dit rijkbegaafde volk ondanks hun beperkte positieve kennis, in enkele eeuwen de wetenschappelijke grondbegrippen, de verschillende wereldopvattingen en verklaringsmethoden in de ook nog nu geldige tegenstellingen (empirisme, rationalisme, idealisme, realisme, materialisme, monisme, dualisme, etc.) zich ontwikkeld hebben; hoe al die, nu zoo gewone, door iedereen schijnbaar met zulk een gemak gebruikt wordende abstracta, (als: geest en materie, ding en eigenschap, denken en waarneming, ideaal en werkelijkheid, mogelijkheid en noodzakelijkheid, relatief en absoluut, overtuiging, meening en verklaring) eerst langzamerhand opduiken, met geweldige inspanning tot bewustzijn gebracht, gefixeerd en gedefinieerd en verwerkt worden; hoe al die voorstellingen, begrippen en ideeën woelen en worstelen totdat geleidelijk het licht doorbreekt. Vooral is dit interessant, omdat in het geestesleven der Grieken alles zoo helder en eenvoudig is en de tegenstellingen zoo scherp uitkomen. Zij zijn intellectueel zoo moedig en frisch en gaan met een gedachte zoo consequent door, voor niets terugdeinzende, en niet rustende voor alles nauwkeurig en treffend geformuleerd en in hun rijke, buigzame taal is uitgedrukt.

Sluiten