Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

GRIEKSCHE WIJSBEGEERTE.

alleen „in onze opvatting" toekomt). En toch is het door middel van deze gewaarwordingen; dat wij tot de kennis der dingen geraken; zij zijn het, die ons de ruimtelijk bestaande voorwerpen aanwijzen. „Wanneer nu het zijnde eeuwig is en qualitatief onveranderlijk", zoo zal Demokritus zich afgevraagd hebben, „welke grondeigenschappen moet ik dan aan die wereld van het zijnde toekennen?" Het antwoord moest luiden: alleen diegene, die absoluut onontbeerlijk zijn om iets, dat in ruimte en tijd existeert, te denken. De quantitatieve eigenschappen (die van gestalte, zwaarte, grootte enz.) blijven dus alleen als de objectieve over (door Descartes en Locke als primaire qualiteiten opnieuw ontdekt). Maar ook de gestaltes en groottes, zooals de empirische waarneming ons die geeft, kunnen, daar zij samengesteld en veranderlijk zijn, niet oorspronkelijk wezen. Zoo kwam Demokritus tot het vaststellen der eerste, zinnelijk niet waarneembare, onveranderlijke, dus ondeelbare deelen der stof, de atomen, die (om geen bloot geometrische producten, maar iets reëels te zijn) bovendien de eigenschap van absolute hardheid en ondoordringbaarheid krijgen. Want zij kunnen alleen dan een ruimte reëel vullen, als zij een andere stof beletten er in te dringen. En daar deze absoluut harde atomen zich moeten kunnen bewegen, moet Demokritus er ledige tusschenruimten tusschen aannemen. Vandaar zijn bewering „dat het niets even goed is, als het iets". Hij neemt een ledige ruimte aan, omdat hij deze voor zijn wetenschappelijke syntheses niet missen kan, daarentegen kent hij geen afzonderlijke bewegende krachten, omdat hij het buiten deze meent te kunnen stellen. In deze ledige ruimte nu vallen de atomen, eindeloos verschillend van vorm en oneindig in aantal, met een eeuwigdurende beweging; de zwaarderen vallen op de lichteren en daardoor ontstaan alle mogelijke draaiingen en bewegingen en verbindingen en scheidingen, die de oorzaken zijn van alle objectieve verscheidenheid. Het verschil in de dingen berust

Sluiten