Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. HET BLOEITIJDPERK DER PHILOSOPHIE TE ATHENE.

Ook uit de geschiedenis der grieksche wijsbegeerte blijkt duidelijk, dat onze menschelijke inzichten zich niet altijd geleidelijk uit elkaar ontwikkelen, maar menigmalen gevormd worden met schokken en stooten, door actie en reactie. Beschouwt men nu de volgende periode van het standpunt der strenge natuurwetenschap, dan kan men er niet ingenomen mee zijn, want de invloed van Sokrates en zijn school is op hare ontwikkeling ongetwijfeld weinig gunstig geweest. Sommigen vinden er dan ook een genot in, breed uit te meten, hoe men, met verwaarloozing van de bespiegelingen der Atheensche school met hare definities en syllogismen en teleologie, door zich aan te sluiten bij Demokritus en met diens theorie het sensualisme der sophisten en het empirisch natuuronderzoek te verbinden, veel spoediger tot de ontdekking der moderne physika had kunnen komen, daar men dan niet zooveel eeuwen zou noodig gehad hebben om zich van het „juk van Aristoteles" vrij te maken. Maar, al moge dit zoo zijn, het staat vast, dat de onderzoekingen van Sokrates, Plato en Aristoteles een rijken schat van denkbeelden en problemen hebben aangebracht en resultaten hebben opgeleverd welke voor het geestesleven der menschheid onmisbaar waren en waarop wij nu nog teren. De reactie tegen het materialisme was onvermijdelijk; want dit kon in zijn eenzijdigheid de gewichtigste kwesties niet oplossen en was voor dieper denkende naturen met hun hoogste en heiligste overtuigingen in strijd. Terecht zegt Lange, „al moge het materialisme tegenover het Platonisme in alle bijzondere

Sluiten