Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6o

GRIEKSCHE WIJSBEGEERTE.

het aan kronkelpaden en dwaalwegen zoo rijke gebied zijner begrippen, maar deelt hem ook mede van de warmte van zijn geloof in het Hoogste, in de realiteit van het bovenzinnelijke.

In zijn talrijke dialogen behandelt Plato problemen van allerlei aard: logische en metaphysische, physische en psychologische, ethische en politische. Waarschijnlijk heeft hij de indeeling zijner philosophie in Logika, Physika en Ethika die in de latere Akademie gebruikelijk was, nog niet zelf gemaakt.

De grondslag van zijn wijsbegeerte wordt gevormd door de beroemde Ideeën-leer »), En het centrale begrip dezer ideeënleer is het begrip weten. Plato is genoodzaakt ideeën te denken, omdat hij gelooft aan de realiteit van wetenschap, en hij gelooft aan de realiteit van wetenschap, omdat hij in de wereld en in zijn eigen leven niet het product vap een zinloos toeval kan zien. En als er een weten, een kennen zijn zal, zoo redeneert Plato, dan moet dit betrekking hebben op een waarlijk zijnde, op een wezen, dat zóó is en niet anders, dat niet ontstaat en niet vergaat en niet verandert. Men moet deze woorden in den strengsten zin pemen en ter verduidelijking dezer abstracte gedachte b.v. niet denken aan een hond, „die wel ontstaat en vergaat en toch reëel en niet geheel

i) Het woord idee heeft een lange lijdensgeschiedenis. Velen duiden daardoor de meest subjectieve denkproducten aan. De Engelschen noemen in hun philósophische onderzoekingen meestal elke voorstelling, ook b.v. die van de roode kleur, een „idea". Kant, die de oorspronkelijke platonische beteekenis van den term Idee in eere herstelde, merkt op: „Die Gattung ïst Vorstellung überhaupt (repraesentatio). Unter ihr steht die Vorstellung nut Bewusztsein (perceptio). Eine Perception die sich lediglich auf das Subjeckt, als die Modifikation seines Zustandes bezieht, ist Empfindung (sensatio) ; eine objective Perception ist Erkenntniss (cognitio). Diese ist entweder Anschauung (intoitus) oder Begriff (conceptus). Jene bezieht sich unmittelbar auf den Gegenstand und ist einzeln; dieser mittelbar, vermittelst eines Merkmals, was mehreren Dingen gemein sein kann. Der Begriff ist entweder ein empirischer oder reiner Begriff, und der reine Begriff, sofern er lediglich im Verstande seinen Ursprung hat (nicht im rernen Bild der Sinnlichkeit) — zooals b.v. het begrip driehoek — heiszt notio. Ein Begriff, aus Notionen, der die Möglichkeit der Erfahrung übersteigt, ist die Idee, oder der Vernunftbegriff. Dem, der sich einmal an diese Unterscheidung gewohnt hat, musz es unertraghch fallen, die Vorstellung der rothen Farbe Idee nennen zu 'horen. Sie ist nicht einmal Notion (Verstandesbegriff) zu nennen .

Sluiten