Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68

GRIEKSCHE WIJSBEGEERTE.

Plato's bedoeling niet kan geweest zijn, aan de ideeën een „afzonderlijk" bestaan toe te kennen, aangezien de zinnelijke objecten in zijn oogen in 't geheel geen zelfstandig „bestaan" hebben. Tegenover de oppervlakkigheid der gewone menschen, die ook ten aanzien van de zinnelijke dingen vap „kennen" praten zonder te beseffen wat er in hun eigen beweringen ligt opgesloten, wil hij wijzen op het onvoltooide, problematische van deze schijnbaar zelfstandige zinnelijke dingen, die in hun relativiteit den denkenden geest drijven naar het buiten de zinnelijke spheer gelegene Eeuwige Zijn. Men moet dan ook niet meenen, dat het een bloote phrase is, als hij beweert dat de godheid alleen het hoogste „weten" heeft, en dat hij eenvoudig een literarisch effect beoogt, wanneer hij ip zoovele dialogen kwesties opwerpt, de verschillende beschouwingen daarvan bespreekt en op al de zwarigheden en tegenstrijdigheden wijst zonder ze ten slotte zelf op te lossen. Plato meent niet het wereldraadsel opgelost te hebben, maar hij meent eenvoudig te weten, wat hij moet aannemen, als alle menschelijk kennen, alle overtuiging geen onzin en zelfbedrog zal wezen. In dezen gedachtengang ontstaat met noodwendigheid de conceptie der ideeën. Elke idee, hoewel op zekere wijze een zijnde uitdrukkend, heeft alleen realiteit en beteekenis als de richting bepalend van den weg, dien wij menschen, door het bewustzijn van het absolute Zijnde geleid, denkend afleggen, ons van onze zinnelijkheid uit bewegende in de richting van dat Zijnde. De idee is, wat de vergankelijke objecten slechts schijnen, alles, wat de laatsten aan ken- en zijnswaarde bezitten, is in de idee uitgedrukt. Men moet hier onderscheiden tusschen wat de Duitschers „Dasein" en „Sein" noemen. Natuurlijk was Plato niet zoo dwaas om aan de boomen zijner Akademie een „Dasein" te ontzeggen; het is alleen het „Sein", dat hij hun niet wil toekennen. — De ideeënleer behoeft ook niet te staan en te vallen met de mogelijkheid, dat het Plato gelukt aan te

Sluiten