Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo men wil erkennen, dat dit gezegd wordt uit eigen diepe ervaring en oovertuiging — zoodra men dit leest met het voor ieder dichter noodige geloof, dat hij innig oprecht en met diepe bedoeling spreekt — zoodra ook krijgt ieder woord een rijke beteekenis. Luiken mag dan niet erkend zijn als Katholiek, een vroom mensch is hij zeeker.

Niet alleen de aarde, maar ook het heemelrijk mag ver* gaan, niet alleen het lijf, maar ook de ziel mooge te gronde gaan — zoolang er één vonkje van deeze Godsliefde oover* blijft, dan is het den oprecht vroomen en wijzen genoeg.

Ditzelfde sentiment vindt men bij den dichter Tagore. Prentje en gedicht zullen eeven duidelijk spreeken tot den Oosterling als tot den Westerschen Christen, die de Christe* lijke termen voor zijn aandoeningen beezigt.

Op deeze sentimenten komt het aan, zij zijn de gezochte waarheid en werkelijkheid, die niet speciaal geldt voor deeze of géne sekte — maar eeven als mathésis, universeel is, en een kostbaar bezit voor de gansche menschheid.

JAN LUIKEN, JEZUS EN DE ZIEL.

DE ZIELE ZET ZICH TEGEN VLEES EN BLOED.

Zoud gij mij dan zo gants en geer begeeven,

mijn halsvriendin? ö ziel, en rooven mij

mijn hoogste goed, mijn weelig speelend leeven,

en voeren in een diepe slavernij?

Zoud gij uw vriend, uw naaste halsvriend schenden?

en maaken tot een iders smaad en spot

en werpen in veel jammer en elenden;

Bedenk u recht, kan dat bestaan voor God?

Zo spreekt het vlees, den ouden mensch der zonden,

Hoor wat ik hem voor eenen antwoord geef:

't is beter dat gij tijdlijk word gebonden,

als dat gij mij in eeuw'ge banden dreef;

gij zijt een schalk en spint mij maar elende,

gij meend uw buik en doet gelijk een beest;

en komt gij dan aan uw bestooken ende,

wijl gij uw grond hebt in der Sterren Geest

zo breekt gij af, en laat mij heenen vaaren;

17

2. L. den W.

17

Sluiten