Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN MAHLER*SYMFONIE.

ERVARING EN FANTASIE.

Mocht ooit Amsterdam door de koeltoer beleegerd worden, dan zal ik, in die verschrikking, uitzien naar twee gelukkige vergissingen, als een kleine zweem van troost.

Ik zal hoopen, dat twee Zeppelins, mikkende op het Paleis op den Dam, en op het Rijksmuseum, door een zelfde gun» stige noorderbries afdrijvend, hun bommen welligt laten! vallen op de moolen zonder wieken, die Groote Club heet en op het Concertgebouw.*)

Telkenmale als ik dit wonder van 19e eeuwsche architec* tuur binnentreed, voel ik me als een hongerig mensch, die het vooruitzicht heeft, zich een smakelijk gerecht te zien op* gedischt, in een niet*gereinigde aschketel of vuilnisbak.

Ik zeg het niet om iemand onaangenaam te zijn, ik kan het heusch niet helpen, maar het aanschouwen van al die menschen, die in zulk een omgeeving de hoogste kunst* emoties gaan genieten, doet mij altijd ligtelijk huiveren, ik moet denken aan een kat, die toch ook een zindelijk dier is, en niettemin geen aesthetische bezwaren schijnt te voelen teegen de soms zeer onsmakelijke plekjes, waar ze haar lek* kers opsmult.

De zaal zelf, met haar infame roodpluche, draperieën, haar modder* en stopverf*tinten, haar platte nissen met een be* hangsel*patroontje, haar miezerige lichtkroontjes, haar totaal gemis aan wijding, aan eedele licht*valling, aan statige ver* houdingen, verbaast ons alleen door de massa menschen die ze kan opneemen, ondanks haar klein en zielloos aspect. In plaats van grooter te schijnen dan ze is, zooals het nietigste kerkje uit den goeden tijd, lijkt ze zóó klein, dat de menschen* massa den indruk maakt van een troep dwergjes, angstig saamgepakt in een harde, brutale verlichting.

*) Natuurlijk als ze leeg zijnl

53

53

Sluiten