Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op, de wet van rechtvaardigheid en eevenwigt, die alles en allen omvat, en alles en allen verbindt tot een geheel dat goed is, harmonisch en volmaakt, zoowel illuzie als werke* lijkheid, leugen en waarheid, kwaad en goed — juist omdat het is het Al, dat niet anders zijn kan dan volmaakt.

En de kerkelijke vroomen en religieuzen, die meenen in den jongen weetenschappelijken ketter een steun te vinden voor hun oovergeleeverd geloof, zullen bitter ontgoocheld worden als ze leezen, hoe Brouwer de religie noemt, „morfine* industrie op groote schaaT' die den „hang naar beeter leeven sust en verdooft" die „rust geeft aan elk die het slechte massawerk helpt bestendigen", die alleen in „boek en toot neet' ontzag leest voor hervormers, revolutionairen, voor diepe minachting voor wet en gezag, voor zelfverloochening, vrijwillige armoede en honger, voor „vrij leeven, loochening der aanschouwingswaereld, onverschilligheid voor weder* waardigheden", voor het „Koningrijk Gods" — terwijl ze verontwaardigd en bang zou laten opsluiten in gevangenis of krankzinnigengesticht ieder, die ze in 't leeven teegen* kwam en die zulk een heiligheid zou willen verwerkelijken.

Eevenmin kan het aangenaam in hun ooren klinken als Brouwer zegt: „de priesters gelooven het niet, wat ze der menigte voorhouden".

En als daarop een verontwaardigend protest zou volgen van priesterlijke zijde, dan heeft Brouwer de opmerking: „de dominee preekt wel dat het zondig is, om den dag van morgen bezorgd te zijn, maar heeft zijn huis verzekerd teegen brand en inbraak".

De theologen krijgen te hooren: „meer dan een spelletje is ook exegese van den Bijbel niet".

Maar ook de theosofen worden niet gespaard. Brouwer spreekt van „bijeengetrommelde vereenigingen van vegetas riërs en theosofen" die zich gewigtig voelen om een geloof dat.zij — en anderen niet — aanhangen, van het „kosmisch

84

Sluiten