Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waard toescheen het werk op te neemen, dat Vincent begon. Het produkt der futuristen leek mij waanzinnig geklad. Veel* beloovende talenten zag ik aangetast door een manie voor raauwe, schreeuwende kleuren, en vuile, afzichtelijke, ver* dorven fysionomieën. Hier was zonder twijfel démonie in 't spel, ontstaan door een uiterlijke bevrijding zonder innerlijke vastheid, zonder echte diepe intuïtie.

Dien jongelui ontbrak het aan transcendente wijsheid, aan kennis van het onzienlijke, aan mystieke intuïtie. Zij zagen zelf niet hoe ze, eevenals van Gogh, in de macht kwamen van Satanische invloeden, leidend tot waanzin.

Totdat ik nu voor kort, door een bizondere, maar zeer duidelijke bestiering gevoerd werd voor het werk van De Winter en daar onmiddellijk zag, dat de man gekoomen is, die voort zal gaan waar Vincent is blijven steeken, die tot daad zal maken wat bij Kandinsky en de zijnen nog maar woord en theorie gebleeven is.

Uit het artikel van Henri Borel oover De Winter zou men allicht opmaken dat 'het hier demonisch schilderwerk betrof. Als zoodanig 'beschreef Borel het mij, eer ik het zag. Maar bij 't zien bemerkte ik terstond het onderscheid tusschen démonisch werk en dat van De Winter.

Zeer zeeker ziet De Winter zijn vizioenen soms in démo* nische of z.g. astrale sfeeren van lager orde, en vertaalt hij die in stoffelijk vorm* en kleurenspel.

Maar hij doet dit met volleedig inzicht. En zelfs de acadé* misch erkende psycho*analyse heeft reeds de bevrijdende macht van dat inzicht' geconstateerd.

Het werk van De Winter spreekt oover een démonische waereld, maar ook oover een hoogere. En 'hij zelf staat, als kunstenaar, booven zijn onderwerp, en is niet dupe en slacht* offer der lagere machten.

Daarin ligt zijn voorrecht booven van Gogh en de futuristen.

8. L. den W.

113

Sluiten