Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

De winter verging; dichter dan de herfstblaren omwarrelden de sneeuwvlokken het eenzaam Jachthuis en vader en dochter voelden zich gelukkig in deze verlatenheid, die hun toenadering verinnigde en waarin zfi zich van zooveel jammer en onrust te herstellen schenen. Maar toen het voorjaar kwam, voelde Machteld met bevreemding een melancholie in haar wassen en de herleving aller dingen deed haar telkens vaker en langer mijmeren over den dood. Want gelnk een bittere smaak alle spijzen vergalt, zoo bedierven haar slechte herinneringen alle aanvoelingen des levens. Zn trachtte zich te vermeien in de herinneringen harer jongemeisjesjaren, toen het leven in omsluierde en niet gelijk thans omfloerste beelden voor haar bewoog. Maar dit terugdenken aan haar beste jaren versterkte haar besef, dat zn toch nooit aan haar schande ganschelnk zou ontgroeien. Zoo wies haar moedeloosheid; zij voelde zich gelnk een zieke, die oogenschünhjk maar nooit daadwerkelijk van zijn kwaal geneest. Dan verwonderde zij zich over haar onverschilligl heid voor haar kind, zich haar moederlijke instincten van vroeger herinnerend en zij zeide zich, dat zij juist voor dezen zoon inniger liefde moest voelen dan voor een kind dat uit een gelukkig huwelijk zou geboren zijn. Maar zonder

Sluiten