Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

begon zenuwachtig te pakken. Het dakraam boven hem stond hoog open en de voorjaarszon rustte m een gouden vierkant op het rafelig en kleurloos karpet. Hij hoorde vagelijk het tjilpen van musschen en het snateren van spreeuwen De deur stond open; zoodat hü den geur der gedroogde appels rook. Maar driemaal moest hij gejaagd pakken in deze rustige en gunstige omgeving en eiken keer, als hij terug kwam merkte lüj zonder aandacht, dat het gouden vierkant een weinig verder was gegleden op het oud karpet. Drie guldens, vier dubbeltjes en vijf centen, de opbrengst van negen en zestig flesschen en kruiken, werden eindelijk op de toonbank voor hem neergeteld. Maar terwijl de man bezig was viel zijn blik op een flesch, die alleen stond onder het hengsel van een in vakken verdeelde mand. Het was een gewone, donkere flesch, stoffig en aan den hals kleefde een stroowisch. De kurk was verborgen onder een rood lak, waarop een druiventros gestempeld was en zij was beplakt met een wit etiket, waarop lüj las: Fronsac.

— Hoeveel kost die flesch

— Een daalder

Hü schoof een gulden en twee kwartjes van zijn winst af, borg de flesch in zijn vaües en haastte zich sneller dan de vorige keeren naar huis.

Sluiten