Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

125

Sijmen zooeven nog op zijn gezicht had waargenomen, toen hij in het raam der kast verscheen, was ganschehjk verloren gegaan in de aandacht, die zijn gezicht nu overtoog en wonderlijk verzachtte. De jodin, haar oude, bonte shawl vaster om haar dorre schouders trekkend, bespiedde hem met onwil en schudde van neen, neen en nogmaals neen, toen hij, blijkbaar dingend, weer het woord tot haar richtte. Aanstonds veranderde de uitdrukking van zijn gezicht, dat weer heftig en dreigend en toen opeens moede en somber werd, terwijl hij het beeld op zijn plaats terug zette. De winkelkast werd gesloten, even later ging de deur open en Peter, norsch en triest, met nog bokkiger schouders dan gewoonlijk, verwijderde zich met zijn haastigen stap.

Dien middag, aan tafel, was oom Sijmen dermate in gedachten verzonken, dat tante Barbara hem af en toe met een bezorgden blik aanzag, terwijl kleine Inez, dralend haar vollen lepel aan haar lippen te brengen, na lange aarzeling voorzichtiglijk vroeg, of oom zich misschien niet goed voelde. Oom was toen weer spraakzaam geworden als altijd, al dreigde hij telkens opnieuw in zijn gepeins terug te zinken. Des avonds, toen tante Barbara, na het kind naar bed te hebben gebracht, weer beneden kwam, scheen haar gezicht stiller

Sluiten