Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

133

een gevoel van leegte en onbehagen, toen znn vertrouwde gestalte niet was voorbijgegaan.

Op zekeren dag gebeurde het, dat een bende kleine schooiers van ongemeen krijgshaftig en strijdlustig voorkomen, in het midden van den singel voorbijtrok. Sommigen hielden lange stokken omhoog, waaraan kleurigelompenwapperden en een paar, die voorop gingen, sloegen met kapotte en roestige pollepels op gescheurde en geblutste braadpannen. Het uur was tragisch, de kopergele westerhemel vol zwarte en woeste wolken, een vreemde schijn rustte op de starre huizen en oorverdoovend was het rumoer der musschen in de boomen. Toen week de kleine bende zoo plotseling af naar het pad, waar kleine Inez liep, dat zij, verschrikt, bijna vluchtte in de richting van Peter, die aan den anderen kant voorbij ging en op znn beurt reeds, de onverhoedsche zwenking der bende ziende, haar tegemoet trad, gereed als een ever te midden der bengels rond te woeden. Maar de bezielde schooiertjes hadden kleine Inez' vlucht en Peters dreigende houding zelfs niet opgemerkt en waren met vliegende vodden en slaande pannen naar romantischer avonturen verder gestreefd. Zoo waren kleine Inez en Peter elk huns weegs gegaan, maar voller had zich hun glimlach ontplooid en kleine

Sluiten