Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

183

dersche bosschen met hun groenen schemer, wuivende schaduwen en milddoorzongen stilte tot een schrijnend heimwee verscherpt. Orgelspel van vrome buren, dat den ganschen Zondag duurde, had zijn hart met doodelijke zwaarmoedigheid vervuld en zoo boosaardig was hn geweest tegen tante Arabella, dat zij meermalen in tranen was uitgebarsten, zwerend zich liever in zee te storten, dan het helsche leven met zulk een duivel langer te dulden. Maar dit alles was lang voorbij.

Hij voelde zijn gejaagdheid toenemen, naarmate hij de laan Copes naderde; en toen hij eindelijk belde aan het deftig huis in de stille laan, waar de donkerte door zware boomen versomberd werd, voelde hij zijn hart bonzen in zijn keel. Een knecht in rok, met hiëratisch gezicht, opende, aan het eind der deur met kleine passen langzaam terugloopend, aldus den bezoeker, dien hij blijkbaar verwachtte, noodend binnen te treden. Peter ontdeed zich zwijgend van jas en hoed, volgde den knecht door een marmeren portaal, waarin een vulkachel brandde en besteeg een trap met zwaren looper en zware, koperen roeden, die af en toe onder hun schreden klikten. Op de eerste verdieping aan den voorkant opende de knecht een deur en het scheen Peter, binnentredend, als zag hij het vroeger studeervertrek van het Jachthuis terug.

Sluiten