Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

188

waarvan hij in Arnhem enkele malen de verveelde toeschouwer geweest was.

Maar overdag wandelde Peter, altoos zijn weg zoo kiezend, dat lüj met Charon het doode water kon oversteken, en nu zijn stemming zuiver was, anders dan enkele jaren tevoren, was de zee in dezen tijd van openbaringen een nieuwe openbaring. Een winterstorm had een noorden driemaster op het strand geworpen; het schip lag opzij, diep in het zand gedreven, waar de helling der duinen welhaast begon, en de drie masten, die in den stormnacht het geweld der winden weerstaan en den bliksem getrotseerd hadden, streefden nog hemelwaarts, zoo ongedeerd als toen zij, krakend onder den last der volle zeilen, zich statig gewiegd hadden op de zonnige winterzee.

Dit gestrande schip werd het einddoel van Peter's dageüjksche wandelingen. In de grijze verte zag hij het üggen met zün zwarten romp, waarvan het onderste gedeelte rood geverfd was en zijn drie naakte, schuine masten. Vreedzame Hagenaars wandelden nu, waar anders alleen een eenzame schelpenkar zijn diepe sporen trok. Honden blaften tegen de golven of joegen een ruiter na, die in vollen draf voorbij reed.

Peter had over Moeders dood alleen de ver-

Sluiten