Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

216

geeuwend in boeken en schriften, totdat het bedtijd was geworden, noch speelde zij met haar zwitsersch vouwbeen haar vervelend spelletje.

Toen Peter met oom Sijmen en tante Barbara alleen was, vertelde hij van zijn ontmoeting in den trein, en van de verwarring en somberheid, die hem daarna bevangen hadden. Hij meed bij dit alles te spreken van kleine Inez, hetgeen immers overbodig geweest ware, want lazen oom Sijmen en tante Barbara, niet in zijn hart als in een open liggend boek, met duidelijke letter gedrukt?

...Het werd voorjaar; de wintersche maaltijden waren allengs tot het verleden gaan behooren en niet meer tegen het gouden lamplicht, maar opnieuw tegen den bloeienden avondhemel hief oom Sijmen, alvorens den kostelijken inhoud te genieten, den welgevulden roemer. De toenemende warmte der zon, de zoete geuren, die soms op den wind de rivier overwoeien, het fluiten van een merel, die haar des morgens placht te wekken, de verteedering der dingen, wanneer de avond daalde, dat alles stemde kleine Inez al blijmoediger en gaarne zong zg lieve wijsjes, met volle of halve stem, waarnaar de echtgenooten en ook Willempje in het onderhuis ontroerd luisterden. Des avonds, wandelend met oom Sijmen en

Sluiten