Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234

gend voelde stroomen door haar eigen jonge en rijpend lichaam en luisterend in de lente naar de kreten, waarvan de natuur alom trillend weerklonk, voelde zij zich soms beklemd door de gedachte haar aandeel te hebben aan dit algemeen en mateloos verlangen. Maar des nachts, de diepten peilend van den starrenhemel, waarvan volgens oom Sijmen's zeggen de menschen sedert onheugelijke tijden de kunde hadden beoefend, voelde zij dikwijls haar hart sneller kloppen bij de gedachte, dat deze wereld van verlangen niet de ware wereld was.

Als van ouds vergezelde zij oom Sijmen op zijn plantkundige omzwervingen en dikwijls, als zij dieper ademhaalde in den warmen wind, die, dringend door de dunne kleeren, haar klamme lichaam koozend omgleed en haar blikken verloren zich in de diepte en verte van blauwen hemel en rosse heide, herdacht zü den zuiveren kindertijd, waarin zij zonder verwarring van dit alles had genoten, zonder de ordelooze vreugden, waarvan zij nu haar hart voelde zwellen en jagen.

Eens zat zij tegenover oom Sijmen in den hoek der vensterbank. Zij handwerkte en hij had zün gouden bril afgenomen, waarvan hij de smalle glazen, die zonder omlijsting waren, met een zeemen lapje reinigde. Zijn oogen, aldus verstoken

Sluiten