Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

245

duurde, het vallen der droppels klonk anders, anders het klagen van den wind door het huis en de eentonige stappen van den laten voorbijganger.

Op zekeren dag, terwijl zij winkelde, betrapte zij zich, dat zij een omweg maakte om door de Turfstraat te gaan. Altijd nu rustten haar blikken in het voorbijgaan op den wildeman, die den uitgang van het winkeltje bewaakte, waar Peter zoo af en toe gele pakjes fransche sigaretten kocht, en nooit verzuimde zij tusschen de bossen heelkundige kruiden te spieden naar de beige stofjas en rooden drankneus van den drogist, bij wien Peter indertijd fleschjes benzine en terpentijn placht te koopen, hij had haar sindsdien toevertrouwd voor welk doel; en zoo was zij verheugd, wanneer, achter zijn versche brooden, het witte bakkertje haar opmerkte en groette met bedachtzamen glimlach. Eens keerde zij op haar schreden terug en kocht bij Ibsen een deventer ellenkoek, ietwat verstrooid, immers zich zeggend, dat deze aankoop niet noodig was. Dan kwam zij een paar maal achter elkaar thuis met grauwe zakjes, waaruit zij, eenigszins verlegen, onder oom Sijmen's verbaasd oog, haverstrooballetjes liet rollen, waarvan oom Sijmen, ondanks de bestraffende blikken zijner gade, vele dagen kauwend en smakkend genoot.

Sluiten