Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

290

naar de landen rondom de Middellandsche Zee, naar de bedolven koninkrijken van het duizendjarig Azië, waarvan het geweld en de luister de Oudheid hadden vervuld. Wat echter kon het baten te zwerven in eenzaamheden, die zijn eigen eenzaamheid verzwelgen zouden, gelijk de winden, dolend door de matelooze ruimte, de zuchten, die aan zijn beklemde borst ontstegen? Wat kon het baten zich te verzadigen aan den aanblik van landschappen, die zijn geldersche heide en hollandsche beemden in grootschheid stellig, maar in innigheid geenszins vermochten te overtreffen? Wat kon het baten in de stilte, waarin het tumult van heerscharen en volkeren verstomd was, den schijn des levens dieper te verstaan? Inez was het zinnebeeld van dezen schijn geweest; nu had ze hem verlaten, wat anders restte hem dan zich tot het wezen, waarin al zinnelijk schoon vervlogen was, zuiverhjk te bepalen?

Tante Arabella was gestorven, weinige maanden nadat Peter zijn klassieke studiën voltooid had. Men was in de groote vacantie; zoo waren de harten der blinden donker, toen Peter, den avond van zijn aankomst, als vroeger onder de linden aan den overkant behoedzaam voorbijging. Na tante Arabella's dood bezocht Peter Arnhem niet meer; ook het stadje verliet hij niet,

Sluiten