Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet aan het doel zouden kunnen beantwoorden.

Bovendien is bij annuïteitsleeningen, aangegaan voor een duur van 50 jaar of langer, de aflossing in de eerste 10 jaar al heel gering en wordt die pas in de daarna komende jaren zwaarder, zoodat in geval de debiteuren, na zoo'n eerste periode van 10 jaar ongeveer, de annuïteitsaflossing wenschen te veranderen in een aflossing tot een vast terugkeerend bedrag, zulks, op dat oogenblik toegepast, voor de bank nadeeliger is, dan wanneer een dergelijke vaste aflossing reeds van stonde af aan zoude hebben gegolden en het voor de bank aan de leening verbonden risico mitsdien kleiner zou zijn geworden. Naast deze voor de banken zelf geldende bezwaren kwamen intusschen nog andere factoren, n.1. de toenemende handel in onroerend goed en de omstandigheid, dat de hypotheekbanken, naarmate de pandbrieven meer populair werden, over hoe langer hoe meer g eld beschikten, waarvoor hypothecaire belegging gezocht moest worden. Een en ander maakte,» dat de banken toegaven aan den wensch der debiteuren, bij wie de annuïteitsleeningen niet zeer geliefd waren en aldus werd dit soort leeningen allengs vervangen door het thans algemeen voorkomende, waarbij voor een duur van 10 jaar wordt afgesloten tegen een in die periode onveranderlijke rente en met een periodieke aflossing van één

23

Sluiten