Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

snuiter op z n falie had gegeven, die r met haar tol vandoor wou, en die zoo onder had gelegen, dat z'n vader m te hulp most komen — maar moeder was niet te vermurwen geweest, en zelf meegaan kon niet, as t eten geen nachtwerk zou worden.

Traag en moeilijk antwoordde Koert tusschen de happen door. De dag was omgekoortst, in één roes heen-gejaagd. As-ie naar de wase-

ming van z n bord keek, ging t ge- "*" luid van de stemmen zoo dichtbij, in t gezoem en geraas, dat nog in z'n ooren gromde en stampte, verloren. Even had-ie Ko bij een van de

^vui ut«j.-ic ivu ui) ecu van cie groote, ooidrende vuren, die om de reuze-kroezen kreunden en knarsten, an 'n lange stang zien blazen, 't witgloeiende bolletje in den vorm ronddraaien, en den jongen bij 't karretje met 't afslaan der stukken glas bezig gezien, maar je dorst niet te wenken en nog minder lang stil te staan, omdat ze je met je gehink toch al ankeken, en omdat de bedrijvigheid, 't getik en gehamer, 't gonzen der machines, t breken der glas-einden, 't borrelen van de kokende ovens, door gas en lucht gevoed, maar vooral 't gezwaai van de lichtende kwakken gesmolten glas aan de stangen, als ze uit de kroezen gelicht en grooter vuurkollen werden, wanneer de blazers de stangen als klaroenen aan de monden staken — je bedremmelder, hulpeloozer, angstiger deden bewegen.

15

Sluiten