Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ziek geweest aan boord?" vroeg de dokter, bezig met 't schrijven van 'n recept.

„O, jawel", zei Godefroid Mourier, en weer verzonk-ie in z'n te groote lichaam, dat buiten verhouding van de kamer gegroeid leek.

Zelf ging-ie citroenen en sinaasappelen koopen, zelf bracht-ie ze boven, en hunkerend als 'n hond praatte-ie met den z'n oogen gesloten houdenden jongen. . „ , .

„Wor nou weer goeie vrinden , zei-ie iluisterend voor de tweede maal — dan met z'n ziel geen raad wetend, sloop-ie de trap af, en omdat Wftter, die in 't schuurtje 'n trekje ging doen, omdat 't in de huiskamer voor de altijd hoestende vrouw niet kon, en grootmoeder, die alles verzon om de aandacht te trekken, dan opzettelijk mee begon te blaffen, 'm vroeg of-ie bij hem 'n pijp op wou steken, drentelde-ie sullig mee, en niet op de lage plmten-betimmeringvan't rommel-schuurtje lettend, stiet-ie zich al dadelijk, en niet zuinig, 't hoofd.

„U moet een beetje oppassen", zei Wetter bezorgder naar 't afdakje dan naar 't harde hoofd van den bezoeker kijkend, want op de zoldering lag z'n voorraad fijn glaswerk, kolven, retorten en reageerbuizen, endaarverstopte-ie ook de fleschjes met vergiften voor den kleinen Heinrich, die bij niks te vertrouwen was. Voor alle zekerheid, met die ongewone lengte in z'n laboratorium, gaf-ie Mourier z n eigen stoel, en dompte zelf neer op 'n pakkist, die de letters Vorsicht! droeg. De goedige koloogen van Jo's vader keken nieuws-

153

Sluiten