Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

Als alle christelijke secten, die aan de orde voorafgingen, de gnostieken in de eerste-, de Paulicianen in de 9' en de Katharen in de 11' eeuw, waren de Tempelridders dualisten. Zij geloofden aan den God, schepper van den geest, het goede en den God van de stof, het kwade, moesten dus de Godheid Christus loochenen, hetgeen in de getuigenverhooren over recepties van nieuwelingen duidelijk uitkwam: Jezus was de valsche profeet, het crucifix zonder macht. Alleen de God des Hemels kan den candidaat redden. Wat de inquisitie in de Orde-leer voor ketterij aanzag, werd ook aangetroffen onder de Albigenzen, die, evenals de Tempelridders in ZuidFrankrijk en Palestina, onder den invloed van den Islam stonden. Ook onder de Waldenzen, met wie de Orde sympathiseerde, heerschten vrijzinnige opvattingen. Zij meenden de symbolen en mysteriën der kerk te kunnen ontberen indien zij voorbeeldig leefden, tevreden met het weinig noodige in spijs, drank en kleeding, een afkeer hadden van liegen en bedriegen en de eenzaamheid boven het gedruisch der wereld verkozen. Ieder mensch, zeide hun voorganger Valdès, die de voorschriften van Christus opvolgt is priester en apostel, en iedere leek, die de vrijwillige armoede in praktijk brengt, kan beter het Evangelie preeken dan de priesters, die de apostolische armoede niet kennen.

De pijnbank werd in Frankrijk op alle Tempelridders toegepast, die zich door het aanbod om vrij uit te gaan niet heten verlokken tot schulderkenning. Velen bleven, ondanks de ondragelijke smarten, onverschrokken volharden in hun weigering. Aan de voeten kregen zij zware gewichten, aan de handen een door een katrol gehaald touw. Op een teeken

Sluiten